West Balkan en het EU-lidmaatschap
Montenegro heeft belangrijke stappen gezet in het toetredingsproces. Het heeft veel EU wetten aangenomen en er is een actieplan voor toetreding opgesteld. De EC oordeelde in oktober 2011 dat Montenegro de zeven sleutelprioriteiten uit het advies van 2010 in voldoende mate heeft vervuld en dat de toetredingsonderhandelingen kunnen worden geopend. Toch houdt de EU een slag om de arm, omdat een groot aantal nieuwe wetten en hervormingen pas onlangs is ingevoerd, waardoor Montenegro nog niet heeft kunnen aantonen dat ze ook meteen worden geïmplementeerd. Dit constateert ook de Tweede Kamer, naar aanleiding van een brief van de minister van buitenlandse zaken. Verder vindt Brussel dat Montenegro onvoldoende heeft laten zien dat corruptie en georganiseerde misdaad adequaat worden aangepakt.
Macedonië heeft al sinds eind 2005 de kandidaat-lid status en heeft het afgelopen jaar een breed pakket aan wetgeving opgesteld om de rechterlijke macht te versterken. Ook zijn de verkiezingen in Macedonië in juni 2011 succesvol verlopen. Toch moet Macedonië nog werk maken van de implementatie van de hervormingen en van de aangenomen wetgeving. Ten aanzien van mensenrechten en de bescherming van minderheden, blijkt er nog weinig vooruitgang te zijn, zo concludeert bijvoorbeeld ook Maria Koinova van de Universiteit van Amsterdam in haar artikel The Impact of the EU on Human and Minority Rights in Macedonia.
Voor de overige landen in de Westelijke Balkan is er eigenlijk weinig voortgang te zien. Albanië, Bosnië-Herzegovina, Servië en Kosovo moeten als potentiële kandidaat-lidstaten niet alleen voldoen aan de strenge EU-voorwaarden, maar ze hebben ook te kampen met grote politieke hindernissen. Zo dreigt Albanië het uitbreidingsproces nog lang mis te lopen; het land treedt de Europese democratische normen met voeten en blokkeert daarmee zichzelf. Aanhoudende politieke polarisatie legt het land lam. De Nederlandse regering deelt de kritiek van de Europese Commissie over het gebrek aan vooruitgang en spreekt van een verloren jaar voor Albanië.
In haar rapport constateert de EC verder dat er in Bosnië-Herzegovina nauwelijks vooruitgang is geboekt in 2011. Het land kan niet verder vanwege de protectoraat status die het kent en die een aantal landen -waaronder de VS en het VK- niet bereid zijn op te heffen. Het toetredingsproces is lange tijd in een impasse beland, vanwege de voortdurende onenigheid tussen de drie etnische groepen. De politieke leiders van de Bosniaks, de Kroaten en de Serviërs konden na de verkiezingen van oktober 2010 meer dan een jaar lang geen regering op staatsniveau vormen. Belangrijke prioriteiten en hervormingen in het licht van de toetreding bleven liggen.
Kosovo, het andere Balkanprotectoraat, verkeert in een nog slechtere positie. Gezien het feit dat de EU Kosovo niet kan behandelen als een staat -vijf van haar leden erkennen Kosovo niet als zodanig- is formele vooruitgang uiterst moeilijk. In het voortgangsrapport benadrukte de EC ten aanzien van Kosovo dat er weinig vooruitgang is geboekt en dat de verkiezingen grote tekortkomingen lieten zien. De EC zag wel verbetering op het gebied van re-integratie van terugkerende Kosovaren en is eind 2011 een visumdialoog gestart met het land.
Servië daarentegen maakte met de arrestatie van de van oorlogsmisdaden verdachten Mladić en Hadzić een hele belangrijke stap is in het toetredingsproces. Daarnaast is de Commissie in haar voortgangsrapport positief over de hervormingen op een groot aantal terreinen, zoals justitie, en daarom heeft Servië in maart 2012 dan ook de status van kandidaat-lid verkregen. Maar de Kosovo-kwestie blijft een hindernis voor Servië, zo concludeert ook The Economist. Het is uitgesloten dat onderhandelingen tussen Belgrado en Priština kunnen leiden tot herstel van situatie van voor het conflict. De Albanese Kosovaren zullen hier nooit mee instemmen. Belgrado komt in de spagaat: het is op de hand van de Servische Kosovaren die het centrale gezag in Priština weigeren te accepteren, maar wil ook gehoor geven aan de eisen van de Commissie om EU lidmaatschap te kunnen verkrijgen. In deze situatie komt nu langzaam verbetering, omdat Servië en Kosovo – met steun van de EU – streven naar praktische samenwerking. Maar Belgrado moet bereid blijven om samen met EULEX, de ‘rule of law’-operatie van de EU, recht en orde te herstellen in Noord-Kosovo. Dit betekent dat wegblokkades –zoals opgeworpen door Servische Kosovaren vlak nadat Servië de kandidaat-lidstatus had verkregen- tot het verleden moeten behoren.
Verwachtingen
Judith Neurink wint Theodor Award 2012
Judit Neurink, oud-bestuurslid en één van de oprichters van On File, heeft de Theodor Award 2012 gewonnen voor haar journalistieke werk in Irak. Vrijdag 29 juni wordt de prijs uitgereikt door presentator en naamgever van de prijs Theodor Holman in de Radio 5 talkshow OBA Live. De jury was unaniem in de toekenning van de prijs aan Neurink voor haar morele moed om onder zware omstandigheden haar bijdrage te leveren aan onafhankelijke journalistiek. Neurink werkte in Irak als correspondente voor dagblad Trouw. Ze zette in 2003 een opleiding op voor jonge Koerdische journalisten, het Independent Media Center Kurdistan (IMCK) in Sulaymaniyah.
In Irak is er nog geen sprake van een vrije journalistieke traditie. Geweld is aan de orde van de dag. In het IMCK worden onder moeilijke omstandigheden journalisten getraind om onafhankelijk te berichten over de prille democratie. Inmiddels kregen honderden journalisten op het IMCK een professionele opleiding.
De Theodor Award bestaat uit een Bokaal, een lofrede, een fles champagne en een interview door Theodor Holman op vrijdag 29 juni in OBA Live, om 19.00 uur op Radio 5.
De Theodor Award is een jaarlijks terugkerende prijs van de radiotalkshow OBA Live (HUMAN), vernoemd naar zijn presentator en bedoeld voor mensen die orgineel en vernieuwend zijn en morele moed betonen. In 2009 werd de prijs toegekend aan tv-maker Jelle Brandt Corstius voor zijn serie 'Van Moskou tot Magadan'. In 2010 ontvingen regisseur Mijke de Jong en actrice Samira Maas de Theodor Award voor de film 'Joy'. Vorig jaar kreeg het radioproject 'De Straat-o-Foon' van Maartje Duin en Katinka Baehr de prijs.
Zonder Papieren
Jenda Terpstra: Een flatje in Zuidoost Amsterdam. Het tapijt voelt zacht aan, de beige siergordijnen zijn dicht. Hier verblijft James, een Nigeriaanse man van 43 jaar. ‘Je bent welkom,’ zegt hij vriendelijk terwijl hij de deur open houdt. Net als naar schatting 100.000 anderen, verblijft hij illegaal in Nederland.
De televisie staat aan en zorgt voor wat achtergrond geluid. Langs de wand staan foto’s van een Afrikaanse vrouw met haar kinderen. James woont tijdelijk in onderhuur bij haar en hoopt deze keer een tijdje te kunnen blijven.
Hoe is het om als illegaal in Nederland te verblijven? Tegen welke dingen loop je aan? James weet er alles van. Hij kwam hier aan in 1997 en had geen huis, geen papieren, geen werk. ‘Onderdak is altijd een probleem. De eerste tijd sliep ik bij een vriend die me wegwijs maakte in het systeem. Als ik geen geld heb, zoek ik onderdak bij vrienden of kennissen. Maar het liefst huur ik zelf een kamer, als ik een beetje geld heb natuurlijk.’ Toen hij net in Europa aankwam, sliep hij soms op straat. Over die tijd praat hij liever niet. ‘Het waren harde tijden.’
Met een toeristenvisum landde hij in 1992 als gelukszoeker in Duitsland. Na vijf jaar kwam hij in Nederland terecht, op zoek naar werk en een beter leven. Maar ook hier bleven de deuren gesloten zonder papieren. Om toch aan de slag te kunnen, leende hij de identiteit van een vriend. ‘Gebruik jij mijn overige uren maar om de eindjes aan elkaar te knopen,’ had zijn vriend gezegd. ‘Twee uurtjes per dag, dat merkt niemand.’
Met de identiteit van zijn Afrikaanse vriend, begon James bij te klussen via het uitzendbureau. Hij kwam terecht bij een logistiek bedrijf en maakte steeds langere dagen. Ze konden niet allebei blijven werken onder dezelfde naam, dat zou vragen opwekken. Ze besloten samen dat James zou blijven werken, en ze zouden de opbrengst delen.
Volgens een rapport van het ministerie van Veiligheid en Justitie ligt het aantal illegaal verblijvende vreemdelingen in Nederland in 2009 tussen de 60.000 tot 130.000. Twee derde hiervan vraagt asiel aan. De rest is onzichtbaar voor overheidsinstanties. Ook James valt in deze categorie. Voor de overheid bestaat hij niet. Hij leeft in een wereld parallel aan die van Nederlandse staatsburgers, maar altijd in de marge.
Voor James begon een periode waarin hij genoot van het werk, maar zich steeds bewust was dat het gevaarlijk was wat hij deed. Het bedrijf had zijn papieren niet zorgvuldig gecheckt omdat hij binnen kwam via het uitzendbureau. ‘Het ging goed en ze wilden dat ik groeide binnen het bedrijf. Maar dat kon ik me niet permiteren. Er zou immers een dag komen waarop ze mijn papieren opnieuw zouden bekijken en erachter zouden komen. Dat risico wilde ik niet lopen.’
Ondertussen stroomde het geld binnen op de rekening van zijn vriend wiens identiteit hij gebruikte. Steeds vaker moest hij smeken om zijn eigen verdiende loon. Hij wist dat hij misbruikt werd, maar in zijn situatie kon hij kiezen: of hij had geen inkomen, of hij deelde zijn inkomen met de vriend die wel legaal verbleef. Hij koos voor het laaste.
Het moest een keer stoppen, en die dag kwam. ‘Op een dag werd ik bij de baas geroepen. Er was een brief voor mij van de belastingdienst. Mijn vriend bleek een enorme schuld te hebben en het zou van mijn salaris in worden gehouden.’ De zogenaamde vriend bleek een belastingontduiker. Toen James zijn vriend confronteerde, beloofde zijn vriend beterschap. Maar James wist in welke situatie hij zat. ‘De schuld loopt op, want je betaalt niet. Straks arresteren ze mij ter plekke onder jouw naam,’ zei James. Op een dag vroeg hij zijn baas om tijdelijk verlof. Dat was de laatste keer dat hij zijn collega’s zag. Hij verdween en werd weer onzichtbaar.
Voor de telling van het aantal illegalen in ons land maakt het ministerie van Veiligheid en Justitie gebruik van de ‘vangst- en hervangstmethode’. Het aantal illegalen wordt zo geschat op basis van illegale vreemdelingen die minimaal één keer zijn ‘geobserveerd’. Volgens Rian Ederveen van het landelijk ongedocumenteerden steunpunt (LOS) klopt deze telling niet helemaal: ‘Mensen met een asielverleden zijn vaak beter zichtbaar dan mensen die nooit asiel hebben aangevraagd. Met deze telling blijven veel groepen buiten beeld.’ Tegelijkertijd is deze telling het enige dat hulpinstanties hebben om deze onzichtbare groep enigszins in kaart te brengen.
James bleef niet onzichtbaar. Toen hij op een dag in 2008 folders rond bracht, werd hij aangehouden en opgepakt. Een onzekere periode van wachten begon. ‘Ze brachten me naar de detentieboten in Zaandam. Vreselijk was het daar. In vreemdelingendetentie is het heel anders dan in een normale gevangenis. Als gevangene weet je wanneer je vrij komt. Al is het twintig jaar, je hebt iets om naar toe te leven. Als je als illegaal gevangen zit, weet je niets. Je bent overgeleverd. Als normale gevangene word je nog wel behandeld als staatsburger. Maar als illegale, ben je niemand en heb je geen rechten.’
Ze sliepen met z’n tweeën op een kamer. ‘Als je geluk had, was het een normaal iemand. Mensen raakten gestresst en gestoord in detentie. Ik wist niet wanneer ik vrij kwam, dus daar kon ik beter niet over nadenken. Anders zou ik gedeprimeerd raken zoals de anderen in die omgeving.’
Na acht maanden stond hij plotseling weer buiten de poort. Verschillende ambassades hadden hem niet erkend als staatsburger, dus kon hij niet worden uitgezet. Hij kreeg een brief in zijn handen gedrukt waarop stond dat hij binnen een aantal uren het land moest verlaten, maar de IND wist ook wel dat hij nergens heen zou gaan. Hij werd weer onzichtbaar.
Het leven als illegale vreemdeling: ‘In een notendop, het is afschuwelijk,’ zegt James. Je kunt niets zonder papieren. Je bestaat niet, dus je kunt niet naar de dokter. Als ik een beetje geld heb ga ik naar een dokter die contant geld aanneemt. Dat leer je gaandeweg. Dan laat ik me helemaal checken. Als ik maar niet ziek word, denk ik vaak. Dat betekent mijn ondergang.’
Het onzichtbaar zijn gaat ver. ‘Als ik op de markt loop en iemand botst tegen me aan en zoekt ruzie, dan zeg ik sorry en loop weg. Je moet altijd de kleinste zijn om niet op te vallen en om zo te krijgen wat je wilt. Ik wil niet stelen, ik wil niet bedelen, dus houd ik me klein en vind mijn eigen weg. Weet wanneer je stil moet zijn en wanneer je moet praten. Weet wanneer je moet handelen en wanneer niet. Dat leer je allemaal.’ Het allerergste, benoemt James, is leven met jezelf. ‘Jij bent je ergste vijand. Want hoe leg je aan jezelf uit dat je zo leeft? Je wordt geteisterd door vragen als ´wat ben ik aan het doen? Ik verlies tijd, wat win ik hiermee?’’
De vraag blijft wanneer het genoeg is. Hij zou kunnen trouwen om een verblijfsstatus te verkrijgen, maar hij heeft meerdere relaties gehad waarbij vrouwen dachten dat het hem daar om te doen was. ‘Je verliest je waardigheid als mens, zo’n relatie wil ik niet.’ Asiel aanvragen is geen optie, want hij zou geen kans maken omdat hij geen politiek vluchteling is. ‘Zo leven is een keuze’, zegt hij, ‘ik moet geduld hebben.’
Geduld heeft hij inmiddels dertien jaar lang. Hij leeft van kleine klusjes die hij hier en daar kan doen. Maar opgeven, daar wil hij nog niet aan. ‘Als ik terug ga, dan verlies ik pas echt. Dan leef ik met het besef dat ik al die jaren heb weggegooid.’ Zo houdt hij vast aan een droom en probeert ondertussen te overleven. Hoe realistisch het ook is of niet, de hoop is alles wat er is. ‘Het is als een vogel in een nest’, besluit hij. ‘Je vliegt uit om je kinderen te voeden. Soms blijf je heel lang weg. Het enige dat je weet, is dat je niet terug kunt komen met lege handen.’
Wegens veiligheidsoverwegingen is de naam en het herkomstland van de hoofdpersoon gefingeerd.
Dress code in Tehran
Arash Sameti: My interviewee had a unique experience that is hard to forget. During the last summer, she was arrested by the Moral Police in Tehran, Iran. The police considered her clothing not sufficient enough. They told her that the sleeves were considered shorter than allowed and tighter than the government standards. She agreed to explain her story, with the condition of remaining anonymous.
Was your clothing that bad?
I was wearing the official Manto. It is like a longer dress that women must wear out of their home in Tehran, on the top of any other thing that you want to wear. It did not have any problem. It was even black and that’s the color which is preferred by the Moral Police. I think they just wanted to arrest some people to show their power and will to other citizens.
What are the standards of the government regarding the clothing?
There is no freedom for women to choose what they want to wear. As I mentioned you have to wear a long and loose dress on anything else. Off course you have to cover your hair with a scarf.
The dress must be very long to cover your knees and its sleeves must be so long up to your wrist. Also it has to be very loose. If they think that it is tight; they will arrest you. The scarf must be wide and big and you are not allowed to let your hair out from the forehead or back. They also don't like colorful dresses and so it should be black or dark blue.
So how did they arrest you?
I was going home. It was a very hot summer day in Tehran. Usually the temperature in Tehran reaches 35-36 and it was the same that day. As you can imagine it is very hard for women to go out in that kind of situation.
I was walking home and I had to pass a Moral Police station located in a roundabout. It was 1 pm and all I was thinking was to get home and get rid of the stupid uniform and lay down. Suddenly I heard someone calling me from the behind. Unintentionally I turned my head back and I saw a woman in a complete black cloth that is known as chador. She came right to me while in a few steps from her a huge police man was standing. The first thing she did was grab my hand and in a very impolite way she pulled me to the side and said; "what is this that you are wearing?" It was impossible for me to give any kind of explanation. They act like programmed robots. They do what they are told and complaining or negotiating with them is useless. They took my ID and put me in a police van standing there.
Were you all alone in that vehicle?
No. There were four or five other girls and women there too. One was older than me and the rest were younger or about the same age. One of them was only 16. She was frightened and was crying. It was a terrible experience for all of us. To make it a complete torture, we had to sit in the hot car without AC and wait until it was full. That means we had to wait for the police to arrest more women and to avoid the heat we had to pray for the arrest of more women! Off course I did not do so but seemingly that`s what they wanted to happen.
Where did they take you finally?
We were taken to a Police Station North West Tehran. They put us in a room and one by one we were taken to another room where we had to hand in our IDs and fill in a detailed form. The worst part was that they took our pictures holding a number, as if we were murderers or criminals.
We were treated like criminals and had to avoid their dirty looks and jokes. They acted as if we were prostitutes. Any argue or defense was useless.
Then another person with a long beard appeared. He seemed like a higher authority and he told us as this was our first time they would let us go, but the second time they are going to imprison us.
The arrested women ordered to call home and ask their relatives to bring a sufficient ID that shows the relationship and proper clothing. In my case I called my husband and he had to bring along his identification in which it is indicated that we are husband and wife. He also had to bring a wide, old style, black Manto ( the long dress).
How did this hard experience affect you?
For a few days I was not able to leave my house as I felt scared. I cried a lot and preferred to be alone. It took me several days to reconstruct myself and be able to leave the house. The whole thing was ridiculous and the worst part is that they are still arresting women in streets of Tehran.
Laat Iraanse studenten met rust!

Nederland heeft besloten het veel moeilijker te maken voor Iraniers om naar Nederland te komen om te werken of te studeren. Veel mensen die al in Nederland wonen en werken moeten misschien hun studies afbreken en terug naar Iran. Vaak heeft een familie veel opgeofferd om een zoon of een dochter naar Nederland te sturen.
Niet alleen is het voor deze groep een drama, het is een ramp voor Nederland en Iran. Deze Iraniers behoren tot de slimste van het land en dragen veel bij aan de samenlevingen waar ze zich vestigen. Ook nemen ze veel mee terug naar Iran van de zaken die ze hier leren. Als we de hoop willen hebben dat Iran in de toekomst veranderd in een democratische samenleving moeten we juist deze kwetsbare en waardevolle groepen ondersteunen.
Het regent dan ook klachten van studenten met een Iraanse achtergrond. De IND neemt geen verblijfsaanvragen van Iraanse studenten en afgestudeerden in behandeling, omdat de ministers Rosenthal en Leers zich zeggen te moeten baseren op EU-sancties, maar er is geen enkel ander land dat die sancties zo streng interpreteert. Iraanse studenten zijn nu het slachtoffer in plaats van het bewind in Teheran. Omdat zij dit een slechte zaak vinden, hebben SP-ers Harry van Bommel, Sharon Gesthuizen en Jasper van Dijk de volgende kamervragen gesteld:
1. Wat is uw reactie op het bericht dat de IND verblijfsaanvragen van Iraanse studenten en net afgestudeerde studenten in Nederland niet in behandeling neemt? (1)
2. Hoe verhoudt deze maatregel zich tot de mededeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat studievisa op gebruikelijke wijze wordt afgehandeld? (2)
3. Hoe komt het dat in dezelfde mededeling wordt aangegeven dat aanvragen voor kort verblijf op gebruikelijke wijze worden afgehandeld, terwijl ons via mail en media geluiden bereiken dat verblijfsaanvragen tot november niet worden behandeld? (3) Betekent dit ook dat aanvragen voor arbeid bij voorbaat niet voor de zomer afgehandeld kunnen zijn?
4. Wat is uw reactie op het feit dat de IND in externe berichtgeving heeft aangekondigd dat geen enkele MVV-, visum- en vergunningaanvraag van mensen met een Iraanse nationaliteit in behandeling wordt genomen? (4) Deelt u de mening dat hier sprake is van discriminatie van Iraanse vreemdelingen en hun familieleden?
5. Hoeveel (afgestudeerde) studenten en promovendi worden het nu onmogelijk gemaakt om hun opleiding af te maken of hun kennis in te zetten voor de Nederlandse maatschappij? Om welke opleidingen en bedrijfssectoren gaat het en waarom?
6. Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat studenten hun opleiding moeten stopzetten of niet aan het werk kunnen terwijl wel aan alle voorwaarden wordt voldaan?
7. Klopt het dat Nederland verder gaat dan de sancties genoemd in de EU verordening 267/2012 van 23 maart 2012? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe rechtvaardigt u dit? En in hoeverre wijkt Nederland af van deze verordening?
Bronnen:
1. http://www.nu.nl/buitenland/2770632/eu-verscherpt-sancties-iran.html & http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/14386_stop_sancties_tegen_iraanse_studenten_in_nederland/
2. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/06/14/kamerbrief-over-aanvragen-visa-en-verblijfsvergunning-mensen-met-iraanse-nationaliteit.html
3. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/8764/Ferdows-Kazemi/article/detail/3261223/2012/05/25/Minister-Rosenthal-grijp-uw-kans-en-help-de-democratie-in-Iran.dhtml
4. http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/14386_stop_sancties_tegen_iraanse_studenten_in_nederland
Bosnian Nation To Be Born
Goran Trkulja (translation by: Pavle Trkulja)
"Bosnia isn't just Serbian,Croatian or Muslim, it belongs to the Serbs, Croats and Muslims!" was a popular and often used slogan in Yugoslavia. Because of this, Bosnia was commonly referred to as "Yugoslavia in miniature". It meant that Yugoslavia, nor Bosnia, belonged to one of the nations living there, but that they belonged to all nations together.
De laatste Prins van Kafiristan, Russische Spionage in Afghanistan
Op vrijdag 26 mei 2012 is de roman “De laatste Prins van Kafiristan, Russische Spionage in Afghanistan” van Dawud Pirzad verschenen. Het is een verhaal gebaseerd op historische feiten. Met de roman laat Pirzad zien dat een groot deel van de verantwoordelijkheid voor de burgeroorlog in Afghanistan berust bij de grootmachten, te beginnen met de invasie door de Sovjet-Unie.
De gebeurtenissen in de internationale politiek laten zien dat Afghanistan nog steeds een actueel thema is en in de komende tijd ook zal blijven.
In deze spannende roman beschrijft Dawud Pirzad niet alleen de vele politieke intriges in Afghanistan en de afschuwelijke gevolgen voor het jongetje Umied, maar ook zijn zoektocht naar de waarheid over zijn moeder. Het verhaal speelt zich eerst in Afghanistan af en later in Moskou, waar Umied als student de val van het communisme meemaakt met alle vormen van corruptie en geweld. Jaren later keert Umied terug naar Kabul, ontmoet zijn stervende oudoom, die hem onthullingen doet over zijn moeder en hem vraagt zijn stoffelijk overschot naar Nuristan, het vroegere Kafiristan, te brengen. Zal Umied zijn uiteindelijke bestemming vinden?
Dawud Pirzad (1973) werd geboren in Kabul, Afghanistan, studeerde geschiedenis en woont sinds 2000 in Nederland.
“Met mijn roman De laatste Prins van Kafiristan wil ik laten zien wat de internationale politiek gedurende tientallen jaren in Afghanistan heeft aangericht. Het gevolg ervan is de totale ontwrichting van de Afghaanse samenleving, die ik zelf heb meegemaakt. Mijn roman zoomt in op de verstoorde levensloop van het Afghaanse jongetje Umied. Zoals altijd en overal zijn kinderen de onschuldige slachtoffers van politiek geweld en oorlog."
Een stukje uit het boek:
Op een van de heetste dagen van die zomer, toen ik zoals gewoonlijk vers brood ging kopen voor mijn lunch, was ik via de Kuchae Murgastraat op weg naar het Shahr Nawpark, met de bedoeling om eerst voor mijzelf een ijsje te kopen en daarna brood. Niet ver van het ijswinkeltje zag ik een Sovjetlegervoertuig staan omringd door een menigte Afghaanse kinderen van mijn leeftijd, die grote blikken bij zich hadden. De soldaten waren druk in gesprek met de kinderen, vermoedelijk om ze benzine te verkopen. De kinderen verkochten deze benzine dan weer door om daarmee eten te kunnen kopen voor hun familie. Het was een bekend beeld dat Sovjetsoldaten benzine of andere zaken doorverkochten. Ook in onze winkel boden ze vaak goederen aan in ruil voor onze producten. Om het te kunnen verkopen stalen ze van alles van hun leger, van munitie en dekens tot aan rundvlees toe. Nadat ik een aardbeienijsje gekocht had, slenterde ik al likkend in de richting van de bakkerij. Daarna, met het brood onder de arm, besloot ik via het park terug te gaan om enigszins beschut te zijn tegen de onbarmhartig brandende zon. Halverwege het park kwam ik een jongetje tegen van een jaar of tien, vies en zonder schoenen, die met klagelijke stem om een stuk brood vroeg. Toen ik hem het brood gegeven had, vroeg ik hem hoe hij heette en waar hij woonde. Hij barstte in tranen uit en vertelde dat zijn dorp plat gebombardeerd was en dat zijn hele familie was omgekomen. Hij had er twee dagen over gedaan om te voet naar Kabul te komen en daarom waren zijn schoenen aan flarden. Hij greep het brood met twee handen vast en at er gretig van. De afgelopen twee dagen had hij in het park doorgebracht en hij wist niet hoe het verder moest. Ik gaf hem mijn zakgeld en mijn schoenen.


ex Ponto