In 1998 pleegde Al Qaeda aanslagen op de ambassades in Nairobi en Dar es Salaam waarbij honderden doden vielen. De daders vluchtten naar het toen al in chaos vervallen Somalië. In Somalië is er sinds de verdrijving van Siad Barre in januari 1991 geen functionerende regering. Een interventiemacht met de naam ‘Restore Hope’ onder leiding van de Amerikanen kon de orde niet herstellen. Op kousenvoeten verliet deze VN-vredesmacht onverrichter zake in 1995 het land.
Pas in 2001 kwam er weer belangstelling voor Somalië na de aanslagen van 11 september in Amerika. De Amerikanen wilden nu echt werk maken van het oppakken van de verdachten van de aanslagen op hun ambassades in 1998. Na de aanval en verovering van Afghanistan bestond bovendien de vrees dat jihadisten een veilig heenkomen zouden zoeken in Somalië. Er zijn overigens geen aanwijzingen dat grote aantallen dat hebben gedaan. Amerika zocht vervolgens samenwerking met krijgsheren die bereidt waren de verdachten en radicale moslims op te pakken in Somalië en aan de CIA over te dragen voor geld. Informatie en gevangenen leverden de krijgsheren miljoenen dollars op. Daardoor werd een nieuw conflict aangewakkerd dat tot een hevige strijd in met name Mogadishu leidde.
Islamitische rechtbanken
Sinds de verdrijving van dictator Siad Barre begin jaren negentig ontstonden er Islamitische rechtbanken die in sommige gebieden en bepaalde wijken in de steden een vorm van recht probeerden te handhaven. Dat was een reactie op de enorme chaos en wetteloosheid in Somalië, maar allerminst een vervanging van het wettelijk gezag. Zeer beperkt in omvang en met beperkte middelen. Ze deden vooral aan familierecht en in zekere mate aan strafrecht. Ook deze rechtbanken werden na 2001 het doelwit van de acties van de krijgsheren in hun jacht op terroristen en geld.
Er zijn aanwijzingen dat enkele radicale elementen in de loop van de jaren in de rechtbanken infiltreerden. Maar ze namen ze in geen geval over. De door de Amerikanen gevoerde oorlog tegen terreur dreef de rechtbanken en de radicalen in elkaars armen en dat zorgde voor een gezamenlijke strijd die in juni 2006 leidde tot het verslaan van de gehate krijgsheren en hun niet-functionerende regering. Die strijd trok internationale jihadisten, waarschijnlijk enkele honderden voegden zich bij hen. De radicale vleugel Al Shabaab was toen nog maar klein, maar kon door hun goede organisatie en gevechtskracht de overhand krijgen in de Unie van Islamitische Rechtbanken. Het feit dat de krijgsheren door Amerika en Ethiopië financieel en operationeel werden ondersteund, veranderde de strijd in een nationale zaak. Omdat de radicale Al Shabaab bereid was grof geweld te gebruiken, kon ze gematigde elementen uitschakelen.
Ethiopië vreesde deze radicalisering in buurland Somalië en viel in december 2006, met goedkeuring en logistieke hulp van Amerika, Somalië binnen. In korte tijd verjaagden de Ethiopiërs de troepen van de Islamitische Rechtbanken en ze bezetten Somalië. Door de Ethiopische bezetting kreeg het nationale karakter nog meer gewicht en vooral Al Shabaab paste de guerrilla tactieken van de jihadisten toe. Voor die tijd kende Somalië geen zelfmoordaanslagen of bermbommen, nu werden die technieken door internationale jihadisten naar de Hoorn van Afrika gebracht.
Vredesmacht
Na Afghanistan en Irak kon Amerika er geen derde frontlijn bij hebben, daarom zetten ze Afrikaanse staten, met name Oeganda onder druk om een Afrikaanse vredesmacht te sturen. Dat was AMISOM. Vervolgens werd AMISOM de vijand van Al Shabaab die deze vredesmacht als een verlengstuk van de bezettingsmacht zag. Al Shabaab zwoer de oorlog naar de landen van de bezetters te voeren, wat leidde tot de aanslagen tijdens de Wereldcup voetbal in Kampala in 2010.
Tot de overwinning van de Unie van Somalische Rechtbanken in juni 2006 kon de Somalische regering nauwelijks op steun van Westerse landen rekenen. Ze werd reeds in oktober 2004 geformeerd. Maar de Amerikaanse samenwerking met krijgsheren om de verdachten van aanslagen op te pakken en het islamitische gevaar in te dammen, was mislukt. Sterker nog er was een nieuwe frontlijn in de `war on terror’ bijgekomen.
Westerse bijdrage
Als staatssecretaris Ben Knapen een moreel beroep doet op Nederlanders vooral te geven, moet hij zich ook de vraag stellen hoe hij een einde kan brengen aan een strijd waar wij in de loop van de tijd deel van zijn geworden. Het gaat om een politiek falen, waar Somaliërs verantwoordelijk voor zijn, maar waar wij deel van zijn geworden.
In 2004 zagen we geen brood in de Somalische regering, ze werd niet eens erkend. Nu trainen Europese instructeurs Somalische soldaten. Amerika heeft dit jaar nog 100 miljoen dollar vrijgemaakt voor militaire hulp aan de Somalische regering.
Al Shabaab heeft twee jaar geleden hulpverleners uit door haar gecontroleerde gebieden verbannen. Juist daar heerst nu hongersnood. Dat maakt ook hun incompetentie om te besturen zichtbaar. Sommige Shabaab commandanten zeggen nu toch samen te willen werken met hulporganisaties. Shabaab is verdeeld en vreest dat het zich straks niet meer achter een bevolking kan verschuilen. De Somalische regering die ook hulpfondsen afroomt, hoopt dat de bevolking naar haar gebieden overloopt zodat de strijd ongehinderd kan worden gevoerd. Met hulp van ons, de Amerikanen en de Europese Unie.




ex Ponto