Fri08012014

Last update09:39:36 AM GMT

Back Home Buitenland
maandag 21 juli 2014 21:06

De bloedige zoektocht naar vrede

Israel  Palestine flags

Solmaz Mahmoudi: De ontvoering en moord van drie jonge orthodoxe joods-Israëlische kolonisten. Het kan u niet ontgaan zijn. Net voor de verdwijning van de Israëlische koloniale tieners, was de moord op twee Palestijnse tieners. Het kan u niet ontgaan zijn.

Sinds de vermissing van de drie tieners uit Gush Etzion, een exclusief Joodse-kolonie op de Westelijke Jordaanoever, heeft Israël vier miljoen Palestijnen belegerd, raast door de steden, breekt binnen in huizen en overheidsinstellingen, voert nachtelijke raids uit tegen gezinnen, steelt eigendommen, ontvoert, kwetst en doodt. Het kan u niet ontgaan zijn.

Hoewel geen enkele Palestijnse groepering de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor de ontvoering en hoewel de meeste groeperingen, waaronder Hamas, elke betrokkenheid ontkennen, blijft eerste minister Benjamin Netanyahu erbij dat Hamas verantwoordelijk is. De VN heeft Israël verzocht de bewijzen voor die bewering te overhandigen. Er is echter nog geen enkel bewijs geleverd, wat deze bewering van Israël in twijfel trekt. Het kan u niet ontgaan zijn.

Voor de overtuiging dat de Palestijnse jongens werden gedood door Israëlische soldaten, bestaat er voldoende bewijs: de teruggevonden kogels en de CNN-filmbeelden van de Israëlische scherpschutter op het ogenblik dat hij de trekker overhaalde en één van de tieners doodde. Het kan u niet ontgaan zijn.

De rol en invloed van de media

Wat verontwaardigt is de systematisch en stelselmatige hypocrisie waarmee de media jarenlang en nog altijd hierover bericht: de halve waarheden, zwijgen over het leed van de Palestijnen en het moordwillige staatsbeleid van Israël en de betrokkenheid en het aandeel van het Westen en de internationale gemeenschap in het uitzichtloze Palestina-Israël conflict. De rakketen vanuit de Gaza-strook vormen inderdaad een Israëlisch veiligheidsprobleem. Maar dit is geen gelijkwaardige oorlog. De Palestijnse stenengooiers tegen de modernste wapensystemen van Israël. Maar het ziet er naar uit dat de media een eenzijdig en vertekend beeld weergeeft van het conflict welke scherp contrasteert met wat er werkelijk gaande is. In de mainstream media wordt het recht van Israël op zelfbescherming tegen de raketten vanuit de Gaza-strook geïndoctrineerd. Met dezelfde devotie wordt er over de illegale bezetting en de muur gezwegen. En met dezelfde stelligheid over de dood van de drie kolonisten, met weglating van de context van een militaire bezetting wordt het recht van de Palestijnen op zelfbescherming van hun land en huis genegeerd.

De wederkerigheid media-politiek en transparantie in politieke journalistiek is hierin van essentieel belang. Het zwijgen van de media, sterke Joodse lobby en Israëlische propaganda, disproportionele berichtgeving, het dubbele moraal en de onverschilligheid en de hypocriete houding van het Westen en de internationale gemeenschap vertraagt het proces en hiermee wordt de vrede in de kiem gesmoord.

De geschiedenis leert ons dat het vinden van een adequate oplossing een moeilijke opgave blijkt en blijft. Echter, de rol van de media in het vormen en beïnvloeden van de publieke opinie en op zijn buurt de invloed van de publieke opinie op politiek is cruciaal. Macht onthuld zich via politiek en de media en tot zolang de media ten dienste van de politiek staat en politiek andere belangen dan vrede dient, blijft het systematisch geweldgebruik haar slachtoffers onder de onschuldige burgers eisen. Elke dode is een dode te veel, moge dat duidelijk zijn. Geweld en oorlog hebben zelden tot vrede geleid, zeker niet wanneer het een ongelijke oorlog betreft.

De stilte van de media getuigt van een verborgen waarheid. Om vrede te kunnen bereiken, indien haalbaar maar vooral gewenst, en om dit conflict in het juiste perspectief te zien en met een realistische kijk op de werkelijkheid te kunnen analyseren is de scheiding tussen politiek en de media een stap in de juiste richting. We moeten willen, kunnen en vooral durven de wandaden van Israël die aan misdadigheid grenzen zonder aan “pro-Palestina”, “antizionisme” en god verhoede van “antisemitisme” beschuldigd te worden, aan de kaak te stellen en blootleggen. En de mainstream media moet in haar berichtgeving onpartijdig en objectief blijven. Hoe onrealistisch het ook moge klinken, dit is het ideaal evenals de vrede.

De internationale gemeenschap –wij-  is met het gedogen van de muur en de illegale bezettingen, voor de 613 miljoen euro wapenexportlicenties aan Israël door EU-lidstaten, met de hypocriete houding van de media en de politici, met de steun van de Europese bedrijven die blijven investeren in de bezettingsinfrastructuur in de Palestijnse bezette gebieden, ondanks het illegaal karakter ervan, medeverantwoordelijk voor de huidige situatie. De internationale gemeenschap heeft degelijk bewezen dat zij in staat zijn via diplomatieke wegen, economische sancties of simpelweg door bombardementen druk uitoefenen en de situatie waar ter wereld ook te veranderen. Het is nu hoogste tijd dat de internationale gemeenschap verantwoordelijkheid neemt, haar hypocriete houding opzij zet en krachtig tegen de enige democratie in het Midden-Oosen optreedt en ingrijpt.

Onder de hardnekkige stilte van de mainstream media begint de wereld langzaam te ontwaken en aanschouwt een historische tragedie en tussen hoop en wanhoop blijft de vraagt mij kwellen;

"Wil Israel vrede?"

 

 

 

Bronnen;

http://zionism.pchi.ir/show.php?page=contents&id=5791

http://www.alexandrina.nl/?p=3486

http://www.haaretz.com/news/diplomacy-defense/israel-peace-conference/1.603324

http://www.docp.nl/al-10-jaar-lang-blijft-de-israelische-annexatie-en-apartheidspolitiek-onbestraft-het-is-tijd-voor-gerechtigheid-en-verantwoording/

http://www.alexandrina.nl/?p=3442

http://www.aljazeera.com/news/middleeast/2014/07/israeli-bombardment-gaza-escalates-20147973229699830.html

http://www.hawzah.net/fa/article/articleview/89104?ParentID=82527

http://www.bbc.co.uk/persian/world/2014/07/140711_sam_gaza_isr.shtml

http://www.entekhab.ir/fa/news/169857

http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/27715_10_jaar_illegale_muur_in_palestina/

http://vrede.be/index.php?option=com_content&view=article&id=1495%3Aeuropa%2C-de-media-en-het-palestijns-isra%C3%ABlisch-bezettingsconflict&catid=29%3Amidden-oosten&Itemid=398

http://www.jadaliyya.com/pages/index/8799/no-israel-does-not-have-the-right-to-self-defense-

vrijdag 27 juni 2014 07:43

Ruslands geopolitieke spel met Servië

servie rusland

Petar Blasic: De discussie over het huidige Europese beleid, gericht op de geopolitieke machtsverhoudingen tussen Rusland en het Westen, draait rond Oekraïne. Ook naar Georgië en Moldavië wordt met argusogen gekeken, maar wie kijkt er naar Servië? Op het strategisch belangrijke Balkanschiereiland bouwt Rusland in stilte, maar voortvarend, aan zijn machtspositie door de banden aan te halen met een belangrijke regionale machtsfactor. In de loop van 2013 doorliep Servië een reeks van cruciale stappen die het land naar nauwere integratie met Rusland hebben gebracht.

Een aspect dat deze geopolitieke ontwikkeling onderscheidt van de situatie in Oekraïne, is dat Servië vanuit het Westen niet wordt geïntimideerd terwijl het de banden met Rusland aanhaalt. De toenadering tussen Rusland en Servië is in vele opzichten subtieler en kenmerkt zich niet door de interne politieke verdeeldheid die wel te zien is in Oekraïne. Dat wil niet zeggen dat Servië over de hele lijn en steeds voldoet aan de wensen van Rusland, wel dat de Russische inmenging in Servië geruisloos en minder controversieel is verlopen.

De versterkte relatie tussen Servië en Rusland is geen verrassing, gezien de Oosters-orthodoxe religieuze cultuur die beide landen delen. Daar komt bij dat verschillende grootmachten al door de eeuwen heen trachten hun invloedssfeer over de Balkan te versterken, middels steun aan de verschillende landen daar, om zo de controle over de regio te vergroten. Servië kon daarbij traditioneel rekenen op de steun van het orthodoxe Rusland en soms Griekenland, terwijl Kroatië hulp zocht bij het Katholieke Habsburgse Rijk, of in de moderne geschiedenis met het uiteenvallen van Joegoslavië bij Duitsland en de Verenigde Staten. Bosnië op zijn beurt kreeg steun vanuit Turkse hoek, geheel in lijn met de eerdere invloed die het islamitische Ottomaanse Rijk eerder in de regio had.

Machtsfactor

Sinds het uiteenvallen van Joegoslavië heeft Servië met lede ogen moeten toezien hoe haar grondgebied steeds verder werd gereduceerd. Was het eerst op z’n minst nog nog de rompstaat van de voormalige Joegoslavische Federatie, dan is het nu zelfs dat niet meer. Niettemin blijft Servië ook vandaag nog een belangrijke macht in de Westelijke Balkan, met het grootste leger en een –in verhouding tot de regio- ook sterke economie. Het aanhalen van de banden met Rusland heeft plaatsgevonden op drie fronten: militair, economisch en politiek.

Militair gezien heeft Servië zijn verdedigingsmogelijkheden gelieerd aan Rusland. Begin 2013 werd Servië een permanente waarnemer bij de door Rusland geleide Collectieve Veiligheidsverdragorganisatie. In november 2013 ondertekenden Rusland en Servië een bilaterale overeenkomst over militaire samenwerking die vijftien jaar lang in de maak was. De achterliggende motivatie daarvoor was dat de NAVO haar lidmaatschap wist uit te breiden tot diep in de Balkan. Drie landen – Bosnië-Herzegovina, Montenegro en de Republiek Macedonië- zijn thans kandidaat voor het lidmaatschap. Als ook deze drie landen uiteindelijk toetreden tot het Atlantisch Bondgenootschap, dan zal Servië aan alle kanten omringd zijn door NAVO-landen en wordt het een Russisch georiënteerd eiland, omringd door een westerse verdedigingsalliantie. De kans dat Servië ook een lid van de NAVO wordt is klein, aangezien de alliantie geen leden toelaat die territoriale geschillen hebben met andere landen. Ondanks de lovende woorden van EU-commissaris Stefan Füle over de vooruitgang die geboekt werd in het conflict tussen Servië en Kosovo, is de onenigheid nog lang niet van de baan.

De Servische economie is nu vooral een markteconomie -hoewel de staat nog steeds een groot deel van de economische activiteit van het land controleert- en is momenteel de sterkste in de regio. De Gini-coëfficiënt van het land staat sinds 2006 gemiddeld op 28,9. Het reële bbp groeide in 2013 met 2,4 procent, en dat is meer dan de buurlanden Bosnië en Kroatië. Ook voor 2014 wordt groei verwacht: +2,0 procent. De Servische economie is ondanks de hoge (jeugd)werkloosheid aan de beterende hand. Op het gebied van handel kan Servië momenteel goed overweg met zowel Europa als Rusland. De belangrijkste exportpartner voor Servië is Italië, terwijl de meeste import afkomstig is uit Rusland. Wat betreft de handelsrelatie met Servië heeft Rusland een voorsprong op Europa. Dat blijkt al uit het feit dat Servië heeft gekozen voor een liberalisering van de handel met de door Rusland geleide douane-unie. Maar ook uit de aanleg van de South Stream–pijpleiding.

Slechts enkele dagen na de ondertekening van de bilaterale overeenkomst over militaire samenwerking tussen Rusland en Servië, begon de aanleg van de South Stream-pijpleiding. Deze grootste pijpleiding in zuidoost Europa zal vanaf 2016 tussen de 40 en 60 miljard kubieke meter gas per jaar vanuit Rusland naar het Westen transporteren, daarmee voorziend in 15 procent van de Europese behoefte. Het was onder meer de medewerking van Servië aan dit project, die ertoe heeft geleid dat de door de EU gewenste rivaliserende Nabucco-pijpleiding niet tot stand is gekomen. De recente overwinning van de door Rusland gesteunde South Stream-pijpleiding op de door de EU gesteunde Nabucco-pijpleiding laat zien hoe Rusland de Europese afhankelijkheid van Russisch gas in stand weet te houden en de Servische economie aan zich weet te binden. Volgens Gazprom zal de South Stream -pijpleiding 2.500 banen creëren en leiden tot een directe investering van 0,5 miljard euro in het land. Daarnaast is het voor Rusland een geopolitieke overwinning dat het via South Stream invloed heeft op de Servische energieconsumptie en daarmee ook in politiek opzicht zijn stempel kan drukken op dit deel van Europa dat geen lid is van de EU of de NAVO.

Weinig toenadering tot het Westen

Ook politiek blijft Servië een buitenbeentje in de Balkan. Het merendeel van de Balkanlanden zocht sinds het einde van de Koude Oorlog toenadering tot het Westen. Servië deed dat veel minder. Het land is weliswaar kandidaat lid en gestart met besprekingen over toetreding tot de EU, maar feitelijk heeft dit geen enkele betekenis. Veel waarnemers en analisten stellen dat de EU “uitbreidingsvermoeidheid” ondervindt waar het gaat om de oostwaartse aanwerving van (kandidaat-)lidstaten. Rusland kan daardoor ongehinderd Servië politiek het hof maken of het land met zachte hand in de gewenste richting duwen.

Afgezien daarvan heeft Rusland volgens geopolitiek analist Scott Rina van het Centrum voor Wereld Conflicten en Vrede, de vorming van territoriale afsplitsingen van staten binnen haar periferie (namelijk Georgië en Moldavië) aangewakkerd in de hoop zo te voorkomen dat deze zich in militair en politiek opzicht bij het Westen zouden aansluiten. Een groot deel van de geboekte vooruitgang van Servië in haar relatie met de EU is te danken de uiteindelijk flexibelere opstelling van Servië in de Kosovo kwestie. Het Westen moet daarom beducht zijn voor eventuele Russische pogingen om de toenadering tussen Kosovo en Servië ongedaan te maken, in een poging laatstgenoemde te hinderen bij het aangaan van nauwere banden met de EU.

Demoniseren

Tot op zekere hoogte is Servië in het Westen gedemoniseerd vanwege door Serviërs uitgevoerde acties in de Joegoslavische burgeroorlog. Edward Herman van de Universiteit van Pennsylvania stelt dat die westerse demonisering van de Serviërs de NAVO geholpen heeft bij haar oostwaartse uitbreiding. Serviërs zijn zich op hun beurt bewust van het feit dat ze in de westerse media negatief geportretteerd werden, hetgeen hun welwillendheid om te integreren in het Westen hindert. Ze zijn eerder geneigd dichter aan te kruipen bij hun traditionele Russische beschermer. Rusland heeft die gelegenheid gegrepen, en accentueert de traditionele banden en affiniteit die Servië en Rusland met elkaar hebben en investeert volop in steun aan Servië. Zo opende Rusland een Russische basis in de Servische stad Nis. Naar verluidt zou het niet gaan om een militaire basis; formeel staat de basis te boek als een centrum voor noodhulp bij catastrofes, een goed voorbeeld van hoe Rusland met zachte hand haar invloed op de Balkan vergroot.

Rina betoogt dat de verdere aansluiting van Servië bij Rusland relatief snel heeft plaatsgevonden, betrekkelijk onomstreden was en onopgemerkt voorbij lijkt te zijn gegaan aan het geopolitieke bewustzijn van het Westen. Pas recentelijk, nu de ontwikkelingen in Oekraïne niet geheel volgens het EU plan zijn verlopen, lijkt Brussel zich druk te maken over Servië. EU-commissaris Gunther Oettinger, bevoegd voor energie, uitte in niet mis te verstane bewoording zijn onvrede over South Stream en de groeiende Russische invloed: “Als het geen onnodige obstakels op zijn weg naar het EU-lidmaatschap wil, kan Servië de South Stream overeenkomst beter herzien”. Hij voegde er nog aan toe dat “Servië een onderdeel is van de Europese energiemarkt en zich dient te schikken naar de regels van onze markt”. De Servische premier Dacic pareerde de kritiek door te stellen dat “de westerse landen die Servië nu bekritiseren vanwege de nauwe banden en het partnerschap met Rusland zich moeten afvragen of ze zelf wel zo een partnerschap aan Servië hebben aangeboden. Servië heeft een strategische partner in het Westen nodig, maar niemand is geïnteresseerd”.

Niet verwonderlijk dat Rinna het Westen oproept de risico’s die gepaard gaan met deze ontwikkeling niet te negeren of bagatelliseren.

 

justice

Petar Blasic: De landen van het voormalige Joegoslavië hebben grote sommen geld uitgegeven om hun door het Joegoslavië tribunaal aangeklaagde burgers te verdedigen en hun de best mogelijke kansen op vrijspraak te bieden. Dit blijkt uit onderzoek van het Balkan Investigative Network. In totaal gaven de voormalige Joegoslavische landen tot nu toe bijna 40 miljoen euro uit aan de verdediging van hun van oorlogsmisdaden verdachte landgenoten, die zich voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag moesten verdedigen.

Bijna alle landen van voormalig Joegoslavië hebben op de een of andere manier geld uitgetrokken voor de verdediging van (para)militairen en politici die verdacht worden van (betrokkenheid bij) oorlogsmisdaden. Het doel dat ze daarbij voor ogen hebben, is steeds hetzelfde: de oorlogshelden verdedigen, politiek punten scoren en schade aan de internationale reputatie voorkomen. Vooral Kroatië en Macedonië hebben de verdediging van aangeklaagden hoog op hun agenda staan en hebben navenant diep in de zakken getast om hun belangen voor het Internationaal Strafhof goed behartigd te zien.

Macedonië en Kroatië

Het conflict in Macedonië –regeringstroepen vochten in 2001 gedurende enkele maanden met Albanese rebellen- leverde slechts twee Macedoniërs op die door het internationaal strafhof in staat van beschuldiging werden gesteld. Dat belette Macedonië evenwel niet 9,5 miljoen euro uit te gegeven aan de verdediging van beide verdachten. In dat bedrag, dat Macedonië tussen 2006 en 2013 besteedde, zit onder meer 3,5 miljoen euro voor een Amerikaans advocatenteam onder leiding van de befaamde advocaat Alan Dershowitz. Naast rechtsbijstand werd ook 2,5 miljoen euro aangewend voor lobbyactiviteiten. Maar ondanks de grote som geld die werd gespendeerd, werd het beoogde resultaat slechts ten dele gerealiseerd: de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Ljube Boskoski werd uiteindelijk vrijgesproken van oorlogsmisdaden, maar politieman Johan Tarculovski kon de dans niet ontspringen en werd tot twaalf jaar cel veroordeeld vanwege oorlogsmisdaden die hij beging als lid van de tijgerbrigade. Tarculovski werd na acht jaar van zijn straf te hebben uitgezet, vrijgelaten uit een Duitse gevangenis en bij aankomst in zijn thuisland Macedonië als een oorlogsheld onthaald.

Kroatië heeft tot nu toe al meer dan 28 miljoen euro besteed aan de verdediging van drie generaals: Ante Gotovina , Mladen Markac en Ivan Cermak. Met succes. De drie generaals werden uiteindelijk vrijgesproken. Gotovina had er toen evenwel al zeven jaar in een Scheveningse cel opzitten, omdat de rechtbank hem eerder wel schuldig had bevonden aan misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden.

Omdat Kroatië buitengewoon terughoudend is in het vrijgeven van informatie over haar uitgaven aan de verdediging van de drie generaals (ondanks de wettelijke verplichting ter zake), blijft de werkelijke omvang van de uitgaven giswerk. Onduidelijk blijft daardoor ook of het juist is dat de Kroatische staat het Amerikaanse bedrijf Patton Boggs in de arm heeft genomen om lobbywerkzaamheden voor de drie generaals te verrichten. Naast de door de Kroatische overheid beschikbaar gestelde financiële middelen zijn er ook nog diverse stichtingen die in het leven werden geroepen om “de waarheid over de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog te verkondigen”, zoals ze dat zelf noemen, maar daarnaast vooral opgericht lijken om de generaals te helpen en hun acties tijdens oorlogstijd te verdedigen. Ook deze stichtingen moeten enkele miljoenen hebben opgehaald.

Fondsenwerving

De andere drie landen in het voormalige Joegoslavië hebben aanzienlijk minder uitgegeven. Bovendien werden hun uitgaven besteed aan de verdediging van een groter aantal verdachten. Toch komt het totale bedrag dat de voormalige Joegoslavische staten hebben uitgegeven aan de verdediging van potentiële oorlogsmisdadigers uit op in totaal bijna 40 miljoen euro. Daar komen nog allerlei schimmige fondsen bij, die via publieke collectes geld hebben ingezameld bij burgers en bedrijven om verdachten van oorlogsmisdaden begaan in Bosnië-Herzegovina, Kroatië en Kosovo te helpen. Hoeveel geld deze fondsen hebben ingezameld is onduidelijk.

Van de andere voormalige Joegoslavische staten heeft de regering van Kosovo het minst besteed aan de verdediging van haar zes van oorlogsmisdaden beschuldigde landgenoten, namelijk helemaal niets. Wel organiseerde de staat een welkomstfeest voor verdachten die werden vrijgesproken. Via collectes werd echter wel ruim 1,7 miljoen euro opgehaald voor de verdediging van twee vooraanstaande politici -Ramush Haradinaj en Fatmir Limaj-, die in de oorlogstijd lid waren van het Kosovaarse bevrijdingsleger, een guerrillabeweging.

Ook Servië heeft rechtstreeks geen geld besteed aan de verdediging van haar verdachten. Anders dan Kroatië en Macedonië bracht het haar geld -1,7 miljoen euro uit de staatskas- niet in voor de verdediging van verdachten, maar als persoonlijk budget voor de verdachten, de betaling van artskosten of voor reiskosten van hun families. Opvallend is dat van de 26 beschuldigden die thans op financiële ondersteuning van Belgrado mogen rekenen, 18 het Servische staatsburgerschap hebben en actief waren in de Bosnië-oorlog als Bosnisch-Servische legerofficieren, waaronder generaal Ratko Mladic. Servië heeft altijd volgehouden niet betrokken te zijn geweest bij het conflict in Bosnië.

Bosnië-Herzegovina zelf trok ook nog eens 640.000 euro uit om beschuldigde landgenoten te helpen, maar het gehele bedrag is afkomstig uit het Servisch geleide deel van Bosnië, de Republika Srpska, en kwam ten gunste van Servische verdachten. Ook de families van Servische aangeklaagden konden rekenen op financiële hulp, middels particuliere donaties. De andere Bosnische politieke entiteit -de Bosniak-Kroatische Federatie- is niet in staat gebleken middelen te mobiliseren voor haar verdachten. Ongetwijfeld heeft de moeizame verstandhouding tussen de Bosniaks en de Kroaten ertoe geleid dat overeenstemming over de aanwending van mogelijke middelen is uitgebleven. Aannemelijk is wel dat buurland Kroatië geld beschikbaar heeft gesteld voor de verdediging van Bosnische Kroaten die ook Kroatische burgers zijn en die beschuldigd zijn van wreedheden tijdens de Bosnische oorlog. Aangetoond is dit evenwel niet.

Verzoening bemoeilijkt

De regeringen van de verschillende voormalige Joegoslavische staten hebben hun financiële hulp aan de verdachten altijd omschreven als humanitaire inspanningen om de burgers die terecht moeten staan in het buitenland te ondersteunen. Maar volgens Roland Kostic, een Balkan-expert van de Zweedse universiteit van Uppsala, waren er ook politieke redenen: De rechtszaken bij het internationaal strafhof worden door de landen van ex-Joegoslavië gezien als een strijd voor hun eigen waarheid, waarin elke staat de kans ziet te bewijzen dat zijn waarheid de juiste is.

Ook de hoofdaanklager van het tribunaal in Den Haag, Serge Brammertz, begrijpt wel waarom landen de verdediging van verdachten van oorlogsmisdaden financieren: “Het is niet illegaal en soevereine staten mogen zelf beslissen hoe ze hun geld willen”. Maar hij merkt ook op dat het voor de slachtoffers van de oorlogen in het voormalige Joegoslavië een gevoel van onrechtvaardigheid geeft om te zien dat sommige overheden zo’n grote sommen geld uitgeven aan de verdediging van hun oorlogscommandanten.

Bovendien heeft het gegooi met geld en het opkomen voor verdachten waarvan verschillende uiteindelijk toch wel veroordeeld zijn, de verzoening tussen de verschillende balkanlanden geen goed gedaan. Zo zijn de meeste Albanezen in Kosovo zich ervan bewust dat Servië tracht om een groot aantal van oorlogsmisdaden verdachte personen aan vervolging en veroordeling te laten ontkomen. Op haar beurt zijn de meeste Serviërs in Kosovo van mening dat de regering van Kosovo gefaald heeft in het vervolgen en straffen van etnische Albanezen die verantwoordelijk zijn voor het begaan van oorlogsmisdaden. Politici en kerkelijke leiders vallen nog steeds over elkaar heen waar het gaat om verantwoordelijkheid voor oorlogsmisdaden. Onderling worden nog over en weer verwijten gemaakt.

Vooral Serviërs lijken vaker problemen te hebben, vooral met de Bosniaks en Kosovaren. Debet hieraan is de houding van de internationale gemeenschap, die Bosniakken en Kosovaren als slachtoffer ziet van Servische agressie. Serviërs willen meer aandacht voor hún kant van het verhaal. De samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal wordt beschouwd als een verplichting, een noodzakelijke prijs voor toetreding tot de Europese Unie. Een verplichting waar niet altijd even goed gehoor aan wordt gegeven. De Servische openbare aanklager belast met oorlogsmisdaden, Vladimir Vukcevic, schat dat 300 personen, veronderstelde oorlogsmisdadigers, zich verschuilen in Servië, waarbij ze hulp krijgen uit alle hoeken en geledingen van de bevolking.

EU-lidmaatschap

Ondanks het feit dat de Servische regering coöperatief is ten aanzien van het international strafhof, zijn veel Serviërs er niet van overtuigd dat Mladic zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden. Dat men zich heeft neergelegd bij zijn arrestatie, uitlevering en terechtstelling komt enkel doordat men begrijpt dat dit nodig is om te kunnen komen tot het lidmaatschap van de EU.

De gevolgen van de oorlogen in het voormalige Joegoslavië, zoals het oplossen van de vluchtelingenproblematiek en oorlogsmisdaden voor de nationale rechterlijke instanties, zullen weliswaar geen apart segment van de onderhandelingen met de EU vormen, maar zullen desondanks binnen de bestaande hoofdstukken van belang zijn. Volgens Pierre Mirel van de Europese Commissie zijn de voorwaarden met betrekking tot samenwerking met het tribunaal in Den Haag en het oplossen van bilaterale kwesties van groot belang voor de verzoening in de regio. Hij merkt evenwel ook op dat deze voorwaarden door de regio niet altijd gewaardeerd worden en dat de verzoening traag gaat. De wijze waarop overheden omgaan met hun verleden en misdaden proberen goed te praten, misdadigers zelfs beschermen en verdedigen, frustreren dit proces.

dinsdag 03 juni 2014 08:02

Colombia: a failed plan

plan-colombia

Xandra Lameiro: It has been the biggest US military aid programme outside the Middle East, but 14 years and many dollars after its start, many analysts believe Plan Colombia failed to meet its goals.

Security in much of the country did improve, however, during the campaign.

Former US President Bill Clinton and his Colombian counterpart Andres Pastrana started the programme in 1999, with the US Congress approving financial spending for counter-narcotics operations.

The campaign intensified with the election of far-right President Alvaro Uribe in 2002. He declared an all-out war on Marxist FARC fighters who were active in the drug business, while pushing later for the demobilisation of right-wing paramilitaries.

The costs of the war were, and are, extremely high. More than 5.7 million Colombians have been internally displaced in decades of conflict that has claimed more than 215,000 lives.

As of 2013, the US was providing Colombia with more than $310 million in annual military and economic aid, according to the Washington Office on Latin America, a significant decline from previous years. But it's still enough to make Colombia the largest recipient of US military aid in Latin America. 

The Plan's initial goal, to reduce by half the amount of cocaine produced in Colombia in the first five years, failed. Helicopters sprayed toxic herbicides across rural regions attempting to destroy coca plants, with unintended consequences. It was bad for health in the places where they were spraying, creating skin diseases and rashes. It also increased violence because the rebels didn't want to lose their sources of finance.

A failure 

Amnesty International states that "Plan Colombia is a failure in every respect. Human rights in Colombia will not improve until there is a fundamental shift in US foreign policy."

Others argue that the campaign played a key role in improving security, bringing Colombia back from total chaos. The country was facing 30,000 killings a year in the early 2000s and large sections of territory were outside the state's control.

Uribe, who expanded military operations linked to Plan Colombia as part of his so-called democratic security plan, left office in 2010 with an 80 percent approval rating, largely due to safety improvements.

But there are still a lot of problems with guerrillas, illegal mining, et cetera, but the state improved its capacity to rule. Fifteen years ago, if you went to the southwest of the country, there was paramilitary or guerrilla rule; they were the state. Today, there are still militias and mafias, but the state is there.

Uribe's influence is still big. Some say he could act as a puppet master, given that his chosen candidate, Oscar Zuluaga, is leading in most polls. Zuluaga has promised to end negotiations with the FARC. Current President Juan Manuel Santos wants to continue peace talks.  

 

Plan Colombia

Part of Plan Colombia involved pushing fighters away from major population centres like Medellin into rural regions. These areas, which contain fewer voters than major cities, faced the worst human rights abuses associated with Plan Colombia.

Of the killings and corrupt dealings linked to military assistance deals, the most infamous was the "false positives" scandal, in which an estimated 3,000 innocent rural residents were killed by security forces and then dressed in guerrilla uniforms. Many analysts say this was because battalion commanders received incentives when the number of dead guerrillas increased.

Security in many parts of the country improved significantly during the course of the Plan, but this has more to do with more local policing in Bogota, Medellin, and later Cali, than in major military operations.

The plan decreased the amount of Colombian land used in coca growing, but the price and purity of drugs on US streets - key figures for measuring the effectiveness of counternarcotics operations - remained unchanged.

In the 1990s, large-scale Colombian crime gangs, like the Medellin and Cali cartels, dominated the world's cocaine market by producing industrial quantities of coca on large plantations and controlling distribution to the US and Europe.

Plan Colombia helped change that, fracturing the large cartels. The biggest influence however came from Mexican gangsters.

In the 1990s, Mexican cartels were hired by Colombian criminals to help move product across the US border. Following the fracturing of Colombian syndicates, Mexican mafias became the dominant criminal forces in the  region, outsourcing production to several groups in Colombia and other South American countries.

The majority of the business moved to Mexico. Like drug production itself, demobilised paramilitaries that once operated under the banner of the AUC (United Self-Defence Forces of Colombia), also fractured. These groups basically became armed local mafias controlling cattle ranching, illegal mining, trade and other activities. Today, the areas of worst violence are usually near resource developments.

Despite these problems, US officials say Plan Colombia is a model for successful counterinsurgency campaigns, and the two frontrunners in Sunday's election both enthusiastically support the initiative.

A Colombian politician running against US military aid wouldn't have a chance of becoming president, and US officials are keen to expand the programme.

David Petraeus, the former head of US Central Command is an advocate of greater Colombian involvement in training and mentoring the security forces of countries like Panama, Honduras, El Salvador and Guatemala, so that these highly troubled states can make the kind of progress we have seen in Colombia over the past dozen years.

overstroming

 

Goran Telac: De ergste overstromingen in 120 jaar in de Balkan kostten aan tientallen mensen het leven. Volgens president Bakir Izetbegovic van Bosnië-Herzegovina gaat het om "de ergste naoorlogse ramp in Bosnië". De Servische eerste minister Aleksandar Vucic noemt de overstromingen "historisch" en "catastrofaal". In drie dagen tijd viel in de Balkanlanden de hoeveelheid regen die normaal gezien in drie maanden valt.

Volgens Izetbegovic heeft de ramp "de grootste volksverhuizing in Bosnië sinds de oorlog" teweeg gebracht. Tienduizenden Bosniërs – in een land van vier miljoen inwoners - werden de afgelopen weken geëvacueerd. "Een miljoen inwoners heeft geen drinkbaar water", zegt de president.

In Servië werden meer dan dertigduizend mensen geëvacueerd. In Kroatië moesten tienduizend mensen hun huis verlaten.

De getroffen gebieden in Bosnië, Kroatië en Servië liggen langs de Sava-rivier, die de landen van voormalig Joegoslavië verbindt.

 

Rubberbootjes en waterpompen

De hulp voor de Bosniërs en Serviërs kwam in eerste instantie van de andere ex-Joegoslavische landen. Slovenië en Kroatië stuurden dertig leden van hun reddingsteams naar Servië met helikopters die rubberbootjes, waterpompen en waterzuiveringsinstallaties naar de overstroomde gebieden brachten.

Macedoniërs zamelden voedsel in en stuurden vrachtwagens met flessenwater. Een militaire eenheid uit Montenegro hielp het Servische leger bij de evacuatie van de ergst getroffen regio in Servië, Obrenovac.

De Kroatische autoriteiten maakten hun wegen uitzonderlijk tolvrij voor het humanitaire verkeer.

 

Europese hulp

"Al die solidariteit is geen verrassing", zegt Goran Svilanovic, Secretaris-Generaal van de Regional Cooperation Council (RCC), een organisatie die de inspanningen voor betere samenwerking en verzoening in voormalig Joegoslavië superviseert.

"De landen die getroffen werden door de tragische overstromingen staan nu samen sterker om actie te ondernemen en financiële steun te vragen bij de Europese Unie", vindt Svilanovic. "Individueel om Europese hulp vragen zou niet zo effectief zijn".

Servië is kandidaat-lidstaat van de EU. Bosnië-Herzegovina heeft die status nog niet bereikt. Kroatië en Slovenië zijn al lid van de Europese Unie.

Joegoslavië viel uiteen in 1991, toen Slovenië en Kroatië zich onafhankelijk verklaarden.

Pagina 1 van 23

contact

Reacties en inzendingen
ex Ponto is een uitgave van On File, Associatie van vluchtelingjournalisten en schrijvers
ex Ponto is mede mogelijk gemaakt door:
Logo_Ministerie_OCW Logo_Democratie_en_Media Logo_StimuleringsFonds_voordePers
 

Colofon

ex Ponto

is een journalistiek magazine dat op internet verschijnt. Het merendeel van de artikelen wordt door vluchteling-journalisten en andere migranten geschreven. Met Nederlandse journalisten als gast.

 


ovidiusex Ponto

In 8 na Chr. verbant de Romeinse keizer Augustus de dichter Ovidius naar het verre Tomi (het huidige Constança in Roemenië) aan de Zwarte Zee, in de provincie Pontus. Ovidius schrijft daar zijn bekende Epistulae ex Ponto (Brieven uit de Zwarte Zee). Deze bundel bevat poëtische verzoekschriften die hij naar vrienden en invloedrijke Romeinen schreef om voor hem bij de keizer te bemiddelen om in zijn lotsbestemming te herzien. Ex Ponto is in de geschiedenis door verschillende schrijvers gebruikt als metafoor voor ballingschap.