Dominiqe Snip, Para / Utrecht: Sinds 1974 viert de Marrongemeenschap op 10 oktober de Dag van de Marrons om de succesvolle strijd voor vrijheid te herdenken. Strijdlustig als ze waren, wisten de Marrons van Suriname zich te onttrekken aan het barbaarse juk der slavernij. Op 10 oktober 1760 sloot de koloniale overheid het eerste vredesverdrag met de Ndyuka. In de bossen vonden ze vrijheid. Nu voeren de Marrons een andere strijd, namelijk die voor gelijkheid.
De voluptueuze en vrolijke Gaya (31) is gekleed in een oranje pangi: traditionele Marronkledij. Haar familie komt uit Pikin Slee, een plaats in het binnenland van Suriname, en nu woont ze met zo'n dertig familieleden, veel van hen kinderen, in een dorp in het district Para. "Ons dorp heeft geen naam, maar onze familienaam is Haabo," zegt de jonge moeder van vijf kinderen. Wat acht jaar geleden nog onbegaanbaar bosgebied was, is nu een erf met zeven huizen. "Mijn vader en broer hebben dit stukje grond eigenhandig opengekapt. Met de 'houwer', 'schop' en 'tyap'. Geen machines." Om het gezin van water te voorzien, werd een put gegraven maar in de grote droge tijd raakten ze in de problemen. "Als het niet regende, hadden wij geen water." Een stichting die begaan was met het lot van de dorpelingen, legde een waterleiding aan met een wasbak en kranen. Het is nu het trotse middelpunt van Gayas dorp. "Met dit kraanwater kunnen we alles doen. Niemand kan meer zonder."
Op een berg zinkplaten liggen 'witte bolletjes' te drogen. Het gaat om 'pemba', gemaakt van witte klei. Gaya vertelt dat 'pemba' wordt gebruikt als medicijn. Ook zijn er zwangere vrouwen die het eten. "Wij vrouwen maken pemba en verkopen het elke zaterdag op de markt in Paramaribo." En de mannen? "Die werken merendeels in de bouw, of in een toeristenkamp." Een van haar broers werkt in Nickerie.
Op de dag dat we Gaya bezoeken is haar vader opgenomen in het ziekenhuis. "Hij is door een zeer giftige slang gebeten." Als dank voor mijn bezoek zingen de kinderen een lied in hun eigen taal. Zij eindigen met de woorden: "Als je teruggaat naar Holland, moet je ons niet vergeten."
Marronstammen
Gaya en haar familie zijn Saamaka, één van de Marrongemeenschappen in Suriname. Daarnaast heb je Ndyuka of Okanisi, Pamaka, Matawai, Aluku of Boni en Kwinti. Hun voorouders waren Afrikanen die tussen 1650 en 1830 als slaven naar Suriname werden getransporteerd door vooral Nederlandse slavenhandelaars en werden tewerkgesteld op de koffie -, suiker- en katoenplantages. Sommige Afrikanen die het slavenbestaan weigerden te accepteren, vluchtten de bossen in. Jaarlijks waren dat er zo'n tweehonderdvijftig. Tijdens de afschaffing van de slavernij in 1863 waren er ongeveer tienduizend Marrons. Nu is 15 procent van de Surinaamse bevolking Marron.
Zoals het dorp van Gaya zijn er meerdere nederzettingen. Ze liggen verspreid over Suriname, buiten de traditionele leefgebieden. Historicus André R.M. Pakosie, een Ndyuka en eigenaar van natuurgeneeskundig praktijk 'Fytotheek Pakosie' in Utrecht, belicht de migratiegeschiedenis van de Marrons. Rond 1760 ontstond behoefte aan zaken die de Marrons niet zelf konden produceren, zoals zeep, stoffen en petroleum, die in het kustgebied wel verkrijgbaar waren. Volgens Pakosie was hun verblijf altijd van korte duur. In de steden verkochten ze zelfgemaakte producten, waarna ze met de benodigde goederen terugkeerden naar hun geboortestreek. "Bij thuiskomst deelde de gehele gemeenschap van een dorp mee in de meegebrachte goederen. Nam iemand een blok zeep mee, dan kreeg het hele dorp een stuk."
Later begonnen ze te werken als tijdelijke trekarbeiders in het kustgebied. Dit was volgens Pakosie het werkelijke begin van het migratieproces. "Leden van Marrongroepen begonnen in andere delen van Suriname nieuwe nederzettingen te stichten. Uiteindelijk kregen deze een permanente status."
Discriminatie
Het leven van een Marron in Paramaribo, ook wel 'de stad' genoemd, ging niet altijd over rozen. Discriminatie was in die tijd sterk aanwezig. Niet zelden werden zij door andere bevolkingsgroepen voor dom uitgemaakt en scheldwoorden als 'dyuka' (betekent zoiets als jij domme idioot) moesten dikwijls worden geïncasseerd. Pakosie, behalve historicus ook kabiten (kapitein) van de Ndyuka in Nederland, constateert dat vooral Marronkinderen en kinderen uit districten het toen moeilijk hadden. "Die discriminatie had zo'n grote impact, dat ze hun vinger niet durfden op te steken voor een lees- of spreekbeurt in de klas. Ze waren bang om fouten te maken in de Nederlandse taal."
Onderwijs was toen niet vanzelfsprekend voor Marronkinderen. Pakosie: "In het gebied Tapanahoni, waar ik vandaan kom, had je maar twee scholen, gerund door kerkgenootschappen. Het ging niet zozeer om onderwijs, maar om leren lezen en schrijven ‒ natuurlijk om de Bijbel te kunnen lezen. Kinderen uit verafgelegen dorpen moesten intern verblijven. Veel ouders hielden hun kroost liever thuis."
Gelijkheid
Nu zie je dat er in een aantal dorpen wel scholen zijn. Kritisch is de kabiten over het onderwijsniveau. "Het niveau is van dien aard dat je kunt spreken van 'vierderangs onderwijs' omdat de eisen die door het ministerie worden gesteld aan voor leerkrachten die naar het binnenland worden gestuurd, niet dezelfde zijn als voor leerkrachten die in Paramaribo en omstreken werken. Hoe kun je als overheid zo'n klassen-onderwijssysteem hanteren? Wat dat betreft is er geen gelijkheid en is er geen uniform onderwijs voor het Surinaamse kind." Bovendien creëert het ministerie geen goede werksituatie voor leerkrachten in het binnenland. "Geef hen desnoods gewoon een traditionele hut in plaats van een zogenaamde 'hoge neuten' waarvan het plafond loshangt, het dak lekt of waarin houtluizen rondzwerven."
Op dit moment wonen er circa twintigduizend Marrons in Nederland. Velen van hen kwamen tussen 1986 en begin jaren negentig naar Nederland om de Binnenlandse Oorlog* te ontvluchten. De behoefte aan cultuurbehoud is de afgelopen jaren steeds groter geworden. "Op een gegeven moment was er vraag naar een traditioneel gezag in Nederland, kabiten en basiya.** Dat heeft erin geresulteerd dat ik werd benoemd tot kabiten van de Ndyuka in Nederland." Enkele jaren later volgde de benoeming van kabiten voor de Pamaka en de Saamaka.
Ceremoniën
"Natuurlijk heeft niet iedereen behoefte aan dit gezag, maar zij die daar behoefte aan hebben zijn groter in aantal, dan zij die denken daar geen behoefte aan te hebben", zegt Pakosie. Doordat er hier nu een kabiten is, hoeven Marrons niet per se naar Suriname te gaan voor traditionele handelingen die alleen aan het gezag zijn voorbehouden. "Je ziet ook dat steeds meer Marrons de 'gipangi' en 'gikamisa' doen, een ritueel waarbij een meisje of een jongen officieel volwassen wordt. Meisjes krijgen een 'pangi' aangeboden en jongens een 'kamisa', beiden traditionele Marronkledij. Deze ceremoniën komen nu vaker voor."
Pakosie is er trots op dat zijn natuurgeneeskundige behandelingen, die afkomstig zijn uit de Ndyuka cultuur, door Nederlandse verzekeraars worden vergoed. "Afhankelijk van de verzekering van de cliënt wordt het vergoed door het ziekenfonds, althans gedeeltelijk." Volgens hem is dit een bijzondere prestatie. "Ik weet niet of andere Afro-Surinaamse traditionele geneeskundigen in Nederland dit ook hebben bereikt. Ik ben waarschijnlijk een uitzonderlijk geval. Er is bijna geen ziekenhuis, psychiatrische inrichting, rechtbank of gevangenis waarvan ik geen opdrachten heb gehad."
Positie
De strijd van de Marrons voor gelijkheid duurt voort, ook in de politiek door de A- Combinatie, een verbond van partijen dat met name de Marrongemeenschap vertegenwoordigt. Hun hoofddoel is om de binnenlandbewoners de kans te geven om zelf invloed uit te oefenen op hun ontwikkeling. De partij werd als snel beticht van het voeren van een 'etnische politiek', maar in Suriname gaat nu eenmaal alles langs etnische lijnen. Pakosie is voorzichtig positief over de positie van zijn Marron-landgenoten. Volgens hem is er vooruitgang geboekt, maar niet op alle niveaus. "Vroeger kon je het binnenland alleen met de boot bereiken. Nu zijn er ook delen bereikbaar per auto en vliegtuig." Je ziet ook dat steeds meer Marronkinderen naar de universiteit gaan. Vooral de vrouwen zijn sterk vertegenwoordigd.
In dat opzicht is migratie ook goed geweest voor de Marrons. "Als de Marrongemeenschap gesloten zou blijven, dan zou ik niet hier zitten. Dan zouden wij geen artsen of psychologen naar Westers model hebben geleverd." De keerzijde is wel dat het gros van de Marronjongeren in Suriname en in de diaspora de band met hun eigen cultuur kwijt zijn geraakt. "Net als de creolen raken ze verwesterd en weten weinig van hun cultuur en geschiedenis. Dat is voor ons een groot verlies."
Noten:
*De burgeroorlog tussen het regime-Bouterse en het Junglecommando van Ronnie Brunswijk.
**Assistent van de kabiten.
Foto's: Dominique Snip
Foto Pakosie: Carla Diemont
De strijdlustige Marrons van Suriname
Redactie
Website: expontomagazine.nl E-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.Contact Details
-
CountryNetherlands
Nieuwste van Redactie
1 Reactie
-
Reactie link
vrijdag 14 oktober 2011 12:03
geplaatst door Van der Linden.J.
ik zit op de U.V.A.en heb daar geleerd dat Marron (Vee) Betekent hoe kunnen jullie nou die naam gebruiken?????? ik ben een nederlandse man hoor,dus ik vindt het niet goed.jullie zijn vrijheidstrijders en jullie hebben de echte traditie's van de tot slaaf gemaakte Afrikaanse mensen..
jammer,heel jammer.
Reageer
Make sure you enter the (*) required information where indicated.
Basic HTML code is allowed.

ex Ponto