Het zijn de verzamelplekken van Oost-Europeanen, die de nabijheid van landgenoten opzoeken in een hang naar herkenning en vertrouwdheid. Waar oudere generaties buitenlanders elkaar nog opzochten vanwege culturele of taalkundige aspecten –of simpelweg omdat uitblijvende integratie hun tot elkaar had veroordeeld- kiest de jonge generatie juist nadrukkelijk ervoor zich te identificeren met hun etnische afkomst. Met name onder de tweede generatie ex-Joegoslaven blijkt dat zij zich in hun zoektocht naar hun culturele identiteit ontpoppen tot grotere Serviërs, Kroaten en Bosniërs dan hun ouders.
Hoewel sommige winkels door moeten gaan als "Servisch", "Kroatisch" of "Bosnisch", zijn de meeste qua bezoeker vrij gemengd. Contacten zijn misschien primair gericht op de eigen etniciteit, maar dit belemmert jongeren er niet van om dezelfde winkels te bezoeken en in dezelfde cafés te drinken. Ook het feit dat deze jongeren zich vaak tooien met allerlei nationalistische symbolen -veelal de nationale wapens zoals die ook op de landsvlaggen prijken- schijnt voor niemand aanstoot te geven.
De meeste Balkan jongeren in deze cafés zijn in feite de tweede generatie immigranten, geboren en getogen in Duitsland. Desondanks zijn ze echter vaak net zo nationalistisch en patriottische als hun ouders als het gaat om hun "thuis" land.
Al decennia lang komen ex-Joegoslaven naar Duitsland. Vroeger, toen grote delen van de Balkan nog bij Oostenrijk-Hongarije hoorden, migreerden al vele Slaven naar Wenen en van daar uit door naar Duitsland. In de recente geschiedenis kent Duitsland twee migratiegolven vanuit de Balkan. De eerste was in de jaren 1960 en 1970, toen Joegoslavië het eerste Oost-Europese communistische land werd, dat zijn inwoners de vrijheid gaf om zich ook buiten de landsgrenzen te begeven. Tienduizenden Joegoslaven verhuisden toen naar Duitsland om daar te werken.
Een tweede golf van migratie volgde in de jaren 1990 toen Joegoslavië instortte en duizenden Kroaten en Bosniaks [moslims] hun toevlucht zochten in Duitsland.
Van de immigranten die in Duitsland kwamen, tonen sommigen bijna geen interesse in hun land van herkomst of etnische achtergrond. Sommigen zijn nostalgisch en verlangen naar het oude socialistische Joegoslavië. Een derde groep is zelfs zeer nationalistisch over hun Servische, Kroatische, of Bosnische afkomst. Juist deze laatste groep bestaat veelal uit jongeren die geboren zijn in Duitsland, maar die grote nationalisten zijn dan de eerste generatie immigranten.
Meestal is dit nationalisme nergens op gebaseerd. De culturele beleving of geschiedkundige kennis van deze jongeren in flinterdun. Wel doen ze hun best om op elkaar te lijken en bestaat hun nationalisme vooral uit patriottische demonstraties middels het dragen van nationale emblemen. Soms staan deze op kleding, dan weer op hangertjes aan een ketting en soms is er sprake van een tatoeage.
Ook de verschillende emigrantenorganisaties in Duitsland doen hun best om Serviërs, Kroaten en Bosniërs bewust te houden van de perikelen in hun vaderland en het bijbehorende nationale wrok. Zo organiseerden Servische organisaties straatprotesten tegen de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo en zetten Kroaten zich in tegen de uitlevering van generaal Gotovina aan het Joegoslavië tribunaal. Hoewel de organisatoren van dit soort protesten niet klagen over de opkomst, is het hun wel een doorn in het oog dat veel demonstranten niet weten waarom ze komen. Jonge Servièrs weten wel dat ze protesteren tegen de onafhankelijkheid van Kosovo, maar hebben geen benul van de achterliggende kwesties. Dat wat jongeren weten over hun ``thuis``land hebben ze gehoord van hun ouders. Op school leren ze alleen de Duitse geschiedenis. Het beeld dat deze jongeren van hun ´´thuis``land hebben is vaak vertekend. Ze kennen het land van vakantie. Maar tijdens een paar weken in de zon zien zij niet de armoede, werkloosheid of de vele andere problemen. Met hun Duitse salarissen is het goed vertoeven in deze landen.
Het lange afstand nationalisme van vele jonge ex-Joegoslaven in Duitsland is dan ook vooral te zien als een zoektocht naar identiteit. Hun nationalisme is gebaseerd op partiële informatie en op emoties. In hun zoektocht naar identiteit, ontdekken ze zich in een groep of land, waar ze niet echt iets van weten. Dit geeft hun de mogelijkheid om hun eigen realiteit te creëren.
Daarnaast is al dat nationalisme vaak ook slechts een onderdeel van het proces van opgroeien. Tieners zijn zich niet altijd bewust van de betekenis van de symbolen op hun kettingen of tatoeages, waardoor het extreme karakter ervan ook komt te vervallen. Ze voelen de behoefte om ergens bij te horen en zich te identificeren als leden van een groep.
Feit is dat veel van de jongeren niet zo radicale patriotten zijn als hun uiterlijk wellicht doet vermoeden. Het is vooral folkloristische nationalisme. Daar waar jongeren van verschillende etniciteit en met verschillende nationalistische symbolen elkaar ontmoeten, leidt dat tegenwoordig nergens tot opstootjes. In tegendeel, veelal worden handen geschud en wordt ronduit joviaal gepraat. Want of ze nou Kroatisch, Servisch of Bosnisch spreken, verstaan doen ze elkaar uitstekend.


ex Ponto