Montenegro heeft belangrijke stappen gezet in het toetredingsproces. Het heeft veel EU wetten aangenomen en er is een actieplan voor toetreding opgesteld. De EC oordeelde in oktober 2011 dat Montenegro de zeven sleutelprioriteiten uit het advies van 2010 in voldoende mate heeft vervuld en dat de toetredingsonderhandelingen kunnen worden geopend. Toch houdt de EU een slag om de arm, omdat een groot aantal nieuwe wetten en hervormingen pas onlangs is ingevoerd, waardoor Montenegro nog niet heeft kunnen aantonen dat ze ook meteen worden geïmplementeerd. Dit constateert ook de Tweede Kamer, naar aanleiding van een brief van de minister van buitenlandse zaken. Verder vindt Brussel dat Montenegro onvoldoende heeft laten zien dat corruptie en georganiseerde misdaad adequaat worden aangepakt.
Macedonië heeft al sinds eind 2005 de kandidaat-lid status en heeft het afgelopen jaar een breed pakket aan wetgeving opgesteld om de rechterlijke macht te versterken. Ook zijn de verkiezingen in Macedonië in juni 2011 succesvol verlopen. Toch moet Macedonië nog werk maken van de implementatie van de hervormingen en van de aangenomen wetgeving. Ten aanzien van mensenrechten en de bescherming van minderheden, blijkt er nog weinig vooruitgang te zijn, zo concludeert bijvoorbeeld ook Maria Koinova van de Universiteit van Amsterdam in haar artikel The Impact of the EU on Human and Minority Rights in Macedonia.
Voor de overige landen in de Westelijke Balkan is er eigenlijk weinig voortgang te zien. Albanië, Bosnië-Herzegovina, Servië en Kosovo moeten als potentiële kandidaat-lidstaten niet alleen voldoen aan de strenge EU-voorwaarden, maar ze hebben ook te kampen met grote politieke hindernissen. Zo dreigt Albanië het uitbreidingsproces nog lang mis te lopen; het land treedt de Europese democratische normen met voeten en blokkeert daarmee zichzelf. Aanhoudende politieke polarisatie legt het land lam. De Nederlandse regering deelt de kritiek van de Europese Commissie over het gebrek aan vooruitgang en spreekt van een verloren jaar voor Albanië.
In haar rapport constateert de EC verder dat er in Bosnië-Herzegovina nauwelijks vooruitgang is geboekt in 2011. Het land kan niet verder vanwege de protectoraat status die het kent en die een aantal landen -waaronder de VS en het VK- niet bereid zijn op te heffen. Het toetredingsproces is lange tijd in een impasse beland, vanwege de voortdurende onenigheid tussen de drie etnische groepen. De politieke leiders van de Bosniaks, de Kroaten en de Serviërs konden na de verkiezingen van oktober 2010 meer dan een jaar lang geen regering op staatsniveau vormen. Belangrijke prioriteiten en hervormingen in het licht van de toetreding bleven liggen.
Kosovo, het andere Balkanprotectoraat, verkeert in een nog slechtere positie. Gezien het feit dat de EU Kosovo niet kan behandelen als een staat -vijf van haar leden erkennen Kosovo niet als zodanig- is formele vooruitgang uiterst moeilijk. In het voortgangsrapport benadrukte de EC ten aanzien van Kosovo dat er weinig vooruitgang is geboekt en dat de verkiezingen grote tekortkomingen lieten zien. De EC zag wel verbetering op het gebied van re-integratie van terugkerende Kosovaren en is eind 2011 een visumdialoog gestart met het land.
Servië daarentegen maakte met de arrestatie van de van oorlogsmisdaden verdachten Mladić en Hadzić een hele belangrijke stap is in het toetredingsproces. Daarnaast is de Commissie in haar voortgangsrapport positief over de hervormingen op een groot aantal terreinen, zoals justitie, en daarom heeft Servië in maart 2012 dan ook de status van kandidaat-lid verkregen. Maar de Kosovo-kwestie blijft een hindernis voor Servië, zo concludeert ook The Economist. Het is uitgesloten dat onderhandelingen tussen Belgrado en Priština kunnen leiden tot herstel van situatie van voor het conflict. De Albanese Kosovaren zullen hier nooit mee instemmen. Belgrado komt in de spagaat: het is op de hand van de Servische Kosovaren die het centrale gezag in Priština weigeren te accepteren, maar wil ook gehoor geven aan de eisen van de Commissie om EU lidmaatschap te kunnen verkrijgen. In deze situatie komt nu langzaam verbetering, omdat Servië en Kosovo – met steun van de EU – streven naar praktische samenwerking. Maar Belgrado moet bereid blijven om samen met EULEX, de ‘rule of law’-operatie van de EU, recht en orde te herstellen in Noord-Kosovo. Dit betekent dat wegblokkades –zoals opgeworpen door Servische Kosovaren vlak nadat Servië de kandidaat-lidstatus had verkregen- tot het verleden moeten behoren.
Verwachtingen

ex Ponto