Fri04182014

Last update09:39:36 AM GMT

Back Interview Redactie
Redactie

Redactie

Website URL: http://expontomagazine.nl

Contact Details

  • Country
    Netherlands

bosnia

Petar Blasic: Op 9 februari was de wereld getuige van heftige rellen in Bosnië-Herzegovina. Sindsdien houden de protesten onverminderd aan. De burgers zijn hun incompetente en corrupte regering beu. Nu de rook van brandende regeringsgebouwen en afvalcontainers in Sarajevo, Tuzla en andere steden wat is opgetrokken, vragen analisten binnen en buiten Bosnië-Herzegovina zich af wat geleid heeft tot de demonstraties. En vooral: wat kan de oorzaken van deze uitingen van publieke onvrede wegnemen?

De Bosnische demonstranten lijken in wezen ontevreden over alles. Dit is het resultaat van de economische crisis, maar ook van de onwerkbare verdeling van het land in twee entiteiten die iedere besluitvorming lamlegt. De demonstranten eisen de meest uiteenlopende zaken: werk, uitbetaling van salarissen, betere gezondheidszorg, het terugdraaien van privatisering, het afschaffen van de kantons en het ontslag van de federale regering. Ze willen dat het fundament waarop het naoorlogse Bosnië-Herzegovina gebouwd is, volledig op de schop gaat. Een meerderheid van de bevolking – zowel in de Servische entiteit Republika Srpska als in de Moslim-Kroatische federatie – steunt de protesten. Opvallend is de verschuiving in de publieke opinie: de toekomst van Bosnië moet niet meer bepaald worden door etnisch gemotiveerde angstpolitiek, maar door alledaagse dingen als brood op de plank. Toch proberen de zittende politici hun positie te handhaven en leggen ze de schuld voor de onrust vooral bij anderen.

Ongelukkig land

Zo beweert Dragan Covic, de voorzitter van grootste Kroatische partij in Bosnië, de nationalistische HDZ, dat “de sociale ontevredenheid een alibi is om brutale aanvallen op staatsinstellingen van Kroatische gebieden te kunnen uitvoeren”. Milorad Dodik, president van de Servische Republiek, zegt dat “Bosnië-Herzegovina een ongelukkig land is, een experiment van buitenlanders dat maar beter in drie delen kan worden gesplitst, zodat de mensen in vrede kunnen leven. Bosnië verdient het niet te bestaan”.

De demonstraties van de Bosniaks zijn volgens Dodik een strategie van de Bosniakse politici, die hun eigen positie veilig willen stellen door wijzigingen aan de Dayton overeenkomst aan te brengen en door een sterker centraal bestuur vanuit Sarajevo te organiseren. Fahrudin Radoncic, Bosniak en minister van Veiligheid, wijst op zijn beurt naar het “jarenlange wanbestuur door politici in de kantons, die hun burgers beroven” als oorzaak voor de publieke onvrede.

Florian Bieber, professor en directeur van het centrum voor Zuid-Europese studies van de universiteit van Graz, geeft aan dat “gedurende de afgelopen 18 jaar iedere verandering in Bosnië van buitenaf was opgelegd”. Bieber: “In de eerste jaren was het de High Representative die trachtte met een minimum aan opgelegde staatshervormingen – zoals die in de Dayton overeenkomst waren geformuleerd – de macht van de tegenwerkende elite in te perken. Daarna probeerde de High Representative de staatkundige activiteiten uit te breiden tot een minimaal functioneel niveau en soms iets verder.”

De afgelopen jaren waren het de VS en de EU-bemiddelaars die met verschillende instrumenten geprobeerd hebben de grondwet te hervormen. Voorbeelden hiervan zijn een pakket maatregelen in april 2006 en de Butmir onderhandelingen, een paar jaar later. De meest recente inspanningen komen van de Duitse regering en de Europese commissaris voor Uitbreiding Stefan Füle die onderhandeld hebben over de implementatie van een nieuwe wetgeving voor mensenrechten. Professor Bieber: “Ondanks de goede bedoelingen zijn de inspanningen van de afgelopen tien jaar om de constitutionele structuur van Bosnië te veranderen, hopeloos mislukt. Uitzondering zijn de maatregelen uit 2006 en sommige andere die bijna succesvol waren, maar in zijn totaliteit zijn de afgelopen tien jaar een verloren decennium.”

Hervormingen mislukten keer op keer. De organisatie van goed bestuur door politici die langs etnische lijnen de verdeel-en-heers tactiek hebben toegepast, faalde helemaal. Dit ligt allemaal mee aan de grondslag van de rellen in het Balkanland. Bieber: “Het land heeft zich sinds het einde van de oorlog in geen enkel opzicht kunnen ontwikkelen.”

Verandering

Valery Perry van de Public International Law and Policy Group woont sinds 1999 in Sarajevo. Zij benadert de recente ontwikkelingen sceptisch: “Het is mij niet duidelijk of de woede-uitbarstingen in Sarajevo en heel Bosnië-Herzegovina nu echt spontaan waren, of dat er toch sprake is van een katalysator en organisator achter de schermen.” Perry wijst op de vreedzame protesten van afgelopen juni, waarbij gezinnen hun kinderen in het gras voor het parlementsgebouw lieten spelen, terwijl de volwassenen de standpunten van activisten bediscussieerden. “De rellen in Sarajevo lieten een opvallend groot aantal jonge mannen met gemaskeerde gezichten zien, die hun agressieve demonstratie onderbraken om kiosken te plunderen”, zegt Perry.

Wel duidelijk is de toch al grote en almaar groeiende onvrede over een politiek systeem dat niet werkt. Volgens Perry hebben de afgelopen achttien jaar het bewijs geleverd dat het constitutionele en electorale systeem dat de oorlog in Bosnië moest beëindigen, vooral gewerkt heeft voor de door nepotisme geleide politieke elite. “Maar de rest van het land, de overweldigende meerderheid van alle etniciteiten, is tekort gedaan”, zegt Perry. Enquêtes uit 2013 laten zien dat er onder de bevolking wel degelijk een bereidheid is tot hervormingen. Perry: ”Zowel Bosniaks, Kroaten als Serviërs willen constitutionele hervormingen en wel op basis van echte onderwerpen en belangen om op die manier de wurggreep van de partijen die de politiek en economie domineren, te doorbreken.”

Politieke elite

Constitutionele hervormingen zijn dus gewenst. Maar Perry betoogt dat deze niet moeten worden doorgevoerd door dezelfde partij-elite of achter gesloten deuren: “De uitkomsten zouden geen democratische legitimiteit hebben, terwijl dat juist nodig is om het land verder te brengen.” Perry pleit dan ook voor meer betrokkenheid van burgers bij hervormingsprocessen. Soeren Keil, docent Internationale Betrekkingen van de Canterbury Universiteit, voegt hier nog aan toe, dat het maar zeer de vraag is of de Bosnische bevolking ook staat te wachten op de inmenging van buitenstaanders zoals de EU.

Keil: “Anders dan in Oekraïne zwaaien de mensen in Bosnië niet met EU vlaggen. Ze zijn zich er ook van bewust dat de EU mede verantwoordelijk is voor de situatie waarin Bosnië verkeert, ook voor de politieke impasse. Hoewel de mensen niet tegen de EU zijn, staan ze ook niet te trappelen om inmenging van buitenaf. Ze willen vooral dat hun politieke leiders het veld ruimen”.

Ook Florian Bieber erkent dat de politieke elite in de ogen van de burgers in diskrediet is geraakt: “Niet enkel de protesten van de laatste tijd laten dit zien, maar ook opiniepeilingen die de afgelopen jaren zijn gehouden. Toch weigeren politici een compromis te vinden voor hun geschillen, waardoor het land stuurloos is geworden.” Volgens Bieber was het juist ook de buitenlandse inmenging die heeft bijgedragen tot de huidige stand van zaken. Internationale mediators zouden zich in hun contacten steevast op de leiders van de grootste partijen hebben gericht, waardoor die onmisbaar zijn geworden.

“Maar tegelijkertijd hebben ze niet gepresteerd”, zegt Bieber. De heersende partijen ontlenen hun bestaansrecht aan de onderhandelingen en het gegeven dat zij de legitieme vertegenwoordigers van een bepaalde gemeenschap zijn: “Toch zijn ze niet bereid geweest om een compromis te sluiten dat betekenisvol is voor het land of de burgers.”

Volgens Paddy Ashdown, de meest succesvolle High Representative tot nu toe, moet de Europese Unie zich veel meer moeite getroosten om van Bosnië een functionerende staat te maken, omdat verdere segregatie in dit verkiezingsjaar de situatie er heel snel kan laten ontvlammen. Samen met de parlementaire verkiezingen in oktober van dit jaar worden namelijk ook voor het eerst sinds het uitbreken van de oorlog de resultaten van een volkstelling bekend gemaakt. Het resultaat daarvan kan nog meer existentiële angst over de toekomst van Bosnië-Herzegovina opleveren.

Status quo

De heersende politieke elite heeft normaliter geen prikkels om naar verandering te streven. Perry bepleit dan ook dat de VS en de EU als externe partijen een belangrijke rol in het veranderingsproces moeten spelen. “Maar niet door het verandertraject in te stappen met de politieke elite, maar door een solide omgeving te scheppen, waarin een democratisch proces kan gedijen”, zegt Perry. Ze doelt daarbij op de financiële en politieke voorwaarden, waarbij de hulp van buitenaf afhankelijk wordt gemaakt van het betrekken van burgers in het besluitvormingsproces.

Ook de Oostenrijkse diplomaat met Sloveense roots Wolfgang Petritsch onderschrijft deze aanpak. Hij stelt voor om het falende politieke bestel van Bosnië – voor nog geen vier miljoen inwoners 140 ‘ministers’, 800 ‘parlementariërs’, een budget dat voor bijna de helft naar bureaucratie gaat – via een soort Marshallplanachtige opzet te vervangen door een werkend politiek systeem.

Ook Ed Joseph, voormalig hoofd van de OSCE missie in Kosovo, denkt dat betrokkenheid van zowel de VS als de Europese Unie noodzakelijk is om het falende beleid van de afgelopen jaren te vervangen. Hij onderstreept daarbij de noodzaak om nu te handelen, omdat de heersende elite zwak is en omdat de internationale gemeenschap door de spanningen in Bosnië-Herzegovina gedwongen is om op te treden.

“Een pauze in de protesten kan voor de internationale gemeenschap een welkom excuus zijn om niet in te grijpen en terug te vallen op credo’s als luisteren naar de burgers, terwijl ze ondertussen niets doet”, zegt Joseph. Anders dan Perry ziet hij echter niets in het betrekken van burgers. Joseph: “In mijn ervaring zien de meeste Bosniërs Kosovo en Servië als een relevant vergelijk voor hun situatie”. Net als Bosnië is Kosovo fysiek en politiek verdeeld. De heersende politici staan niet bekend om hun integriteit, de economie is zwak en de werkloosheid is hoog. De voormalige Joegoslavische provincie wordt zelfs niet door alle EU-lidstaten erkend.

“Toch hebben Kosovaren de EU in het vooruitzicht”, zegt Joseph, “dankzij een gewaagde aanpak van de VS en de EU die zijn oorsprong vindt in 2011, ook als antwoord op een serieuze crisis”. Feit is dat in zowel Servië als Kosovo een sterke consensus heerst over de wil om zich bij de EU te voegen. Joseph: “En naarmate de toenadering tot de EU vordert, zullen de burgers van beide landen ook profiteren van hulp en hervormingen, waardoor ze zich ook steeds meer betrokken zullen voelen bij de besluitvorming in hun land”.

Opmerkelijk daarbij is dat er vrijwel geen sprake was van het betrekken van burgerinitiatieven in het door de EU geleide Kosovo-Servië proces dat aan de basis van de huidige doorbraak ligt. Niet alleen werden burgers niet bevraagd, Belgrado nam zelfs beslissingen zonder ze te finetunen met de leiders van het door Servië gedomineerde deel van Kosovo. Jospeh: “Niet de meest democratische aanpak, maar het resultaat telt.”

dinsdag 25 maart 2014 13:14

De impotente macho

macho

Solmaz Mahmoudi: Voor een partij als de PVV en in het bijzonder Wilders is een vergelijking met de macho alles behalve terecht. Maar onze macho is impotent en desalniettemin gevaarlijk. Hij weet sommigen te imponeren, beïnvloeden en te sturen, hij weet ook te provoceren en misleiden. Media lusten er pap van en schenkten hem volle aandacht en hij houdt de gemoederen bezig. Hij is immers impotent en dat weet hij goed te verbergen. Wat hij doet om zijn impotentie te verbergen, zijn machtslust te bevredigen, is een clubje eensgezinden, aanhang en profiteurs, meelopers en verblinden tot groepsverkrachting aan te zetten.

De zwakte van Wilders gaat schuil achter de ophef die hij iedere keer succesvol laat ontstaan door zijn uitspraken, media-aandacht en de gewonnen stemmen. Wilders, een gevaarlijke man, niet bekwaam genoeg om de problemen in het land aan te pakken (Den Haag en Almere meegerekend), om voor de daling van de criminaliteit, werkloosheid en de schooluitval onder allochtonen te zorgen, structurele oplossingen te bieden en het land vooruit te helpen, vindt zijn toevlucht in het roepen van racistische leuzen. (Overigens bij inhoudloze beloftes en uitspraken scoort hij ook hoog).

Met minder Marokkanen naar Nederland, zoals hij het beweert, zijn de huidige problemen niet opgelost en de onwetendheid van de kiezer wordt schandelijk misbruikt. De Marokkanen die Wilders bedoeld zijn nog niet in Nederland aangekomen, maar hij zaait haat jegens deze nog niet gearriveerden en indirect tegen Marokkanen die in ons land wonen. Hij creëert een oplossing voor een probleem dat nog niet bestaat. Sterker nog, niet in staat om de huidige problemen aan te pakken, zorgt hij voor botsing en verdeling tussen bevolkingsgroepen.

In een democratische samenleving als onze, is het bestaan van een partij als de PVV bij de wet niet verboden en onder het mom van de vrijheid van meningsuiting kan iedere (beladen) uitspraak worden ge rechtvaardigd, beschermd. Om te willen pleiten de PVV te verbieden moet op zijn minst serieus overwogen worden wanneer de partij onze samenleving met zijn racistische uitingen, die met de dag enger worden en dat er tijdens bijeenkomst eensgezind om minder Marokkanen wordt geroepen, bedreigt. Maar misschien is dat teveel gevraagd, onterecht of onmogelijk.

De grenzen van de vrijheid van meninguiting bepalen wij, zelf, samen als samenleving. Met ons bewust-zijn en waakzaamheid. Mede door racistische leuzen zijn er mensen aan de macht gekomen en hebben niets anders dan enkel de verwoesting van levens, oorlogen en vernietiging van de mensheid en een wijze historische les meegebracht. De les die geschiedenis ons leert, moeten we nooit en te nimmer vergeten, opdat we tot de herhaling gedoemd zijn. Vandaag is het bij de bijeenkomst van de partij, morgen is het in het hele land dat zulke angstaanjagende leuzen naklinken.

Met tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen, loze (verkiezing)beloftes zonder structurele oplossingen wint PVV aan macht en het is de hoogste tijd dat we met zijn allen alerter worden en actiever optreden. Met zulke uitspraken zijn democratische beginselen in het geding en de vrijheid van meninguiting wordt ongeremd misbruikt.

In het macho spel van Wilders, is er geen verschil tussen Hans en Ingrid, Fatma en Mohammed, u en ik. Wij, als samenleving worden door een impotente macho bedreigd die ons tegen elkaar opzet, haat en verdeling zaait en aanmoedigt en als zijn clubje ons niet aanvalt, de verdeling zal ons uiteen drijven en verzwakken; het begin van het einde.

Wij mogen onze ogen niet sluiten voor het gevaar dat voor onze samenleving loert. Want als zij ooit aan de macht komen, is de criminaliteit onder allochtone jongeren ons minste zorg.

maandag 17 maart 2014 12:49

Geweld in Centraal-Afrikaanse Republiek

    car

    Francis Banda: De situatie in CAR is gewelddadiger en gecompliceerder dan ooit. Christenen en moslims staan lijnrecht tegenover elkaar. De aanleiding van de conflicten lijkt de bevolking al enige tijd uit het oog verloren te zijn. Sinds zijn onafhankelijkheid in 1960, is CAR slachtoffer van slecht bestuur en kwamen presidenten steeds aan de macht door staatsgrepen of frauduleuze verkiezingen. Een stabiele politieke situatie is er dus nooit geweest, en daar betaalt de bevolking nu de prijs van. Voormalig president François Bozizé voerde van 2003 tot 2013 een corrupt beleid in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Hij zorgde er resoluut voor dat familieleden belangrijke posten bekleedden in de regering, zodat hij intern geen tegenwind kreeg. De vele anti-regeringsopstanden drukte hij met harde hand de kop in, tot in 2013, wanneer de Islamitische rebellengroep Séléka met een staatsgreep de bovenhand kon nemen. Niet lang nadien nam de groepering de hoofdstad Bangui in, en benoemde de moslim Michel Djotodia tot nieuwe president. Djotodia bleek weinig invloed te hebben op de rebellen van Séléka, die overgingen tot plunderingen en andere criminele activiteiten. De rebellen, die zelf uit het extreem arme noorden kwamen, hadden het vooral gemunt op de christelijke meerderheid in het zuiden van CAR. Zo ontaarde het conflict in een op het eerste zicht religieuze strijd.

    Een echte religieuze oorlog is het conflict dus niet. Christenen en moslims hebben namelijk jarenlang in vrede samengeleefd. Hoewel de twee religieuze groepen wel tegen elkaar strijden, gaat het vooral om een botsing tussen het arme noorden -vertegenwoordigd door de islamitische rebellengroep- en het iets minder arme zuiden van het land waar vooral christenen wonen. Het noorden werd jarenlang achteruit gesteld in het beleid van Bozizé, tot grote ontevredenheid van de bevolking. Deze misnoegdheid kon Séléka uitbuiten om strijders te rekruteren. Om zichzelf en hun dorpen te verdedigen, organiseerden de christenen milities, genaamd Anti-Balaka, tegen de rebellengroepen. Met alle gevolgen van dien, want wanneer de milities eind vorig jaar Bangui binnenvielen om de rebellen te verdrijven, kwam de burgeroorlog in een extreem bloedige en wraakzuchtige neerwaartse spiraal. Ondertussen konden de christelijke gevechtsgroepen Séléka en president Djotodia verdrijven, en is voormalig burgemeester van Bangui, Catherine Samba-Panza, aangesteld als president ad interim.

    De Centraal-Afrikaanse Republiek was vroeger een kolonie van Frankrijk, maar de twee landen hebben nog steeds nauwe banden met elkaar. CAR maakt deel uit van het zogenaamde “Françafrique” wat wil zeggen dat ze op bepaalde hoogte nog afhankelijk zijn van elkaar. Hun munteneenheden zijn bijvoorbeeld aan elkaar vastgeklonken. Als Frankrijk intervenieert in Afrika is dat om te overleven als wereldmacht. Het einde van de Françafrique zou een groot nadeel zijn voor Frankrijk, aangezien de Afrikaanse bodems vol grondstoffen zitten. CAR is bijvoorbeeld rijk aan hout, landbouwgrond, water, olie en grondstoffen zoals diamant en uranium. In de Centraal-Afrikaanse Republiek is westerse hulp zoals die van Frankrijk erg welkom. De bevolking heeft namelijk heel weinig vertrouwen in de buurlanden. Buurlanden willen wraak nemen en zijn ook bezig met religieuze conflicten. De geloofwaardigheid van westerse troepen zoals die van Frankrijk is groter, ze hebben er meer vertrouwen in. De Franse troepen vechten niet. Ze gebruiken geen geweld. Ze zijn er als humanitaire hulp en om de vrede te bewaren. Ze bewaken bijvoorbeeld vluchtelingenkampen.

    Dat is misschien wel het moeilijkste punt in heel de CAR-problematiek. Moslims en christenen, noord en zuid, alle burgers zijn momenteel verzeild geraakt in wraakzuchtige opstand tegen elkaar. De bevolking is een speelbal van de corrupte politiek en de regering, die hen tegen elkaar opzette om zelf macht te kunnen verkrijgen. Er is geen goed en slecht in deze oorlog tussen christenen en moslims. Beide bevolkingsgroepen zijn gelijkwaardig, maken dezelfde fouten en strijden eigenlijk voor hetzelfde doel. Maar het “slechte” staat bovenaan, het is de regering.

    somalia

    Mohamed Midnimo: Ik weet dat u nieuwsgierig bent om het verhaal achter de bovenstaande titel te horen. U vraagt zich zelfs misschien af waarom ik dit gezegd heb.

    Het is een verhaal over een jonge met een donkere huidskleur, geboren in een stad in een land dat de wereld ‘de gevaarlijkste plek ter wereld’ noemt. Mogadishu, Somalië is waar ik geboren en opgeroeid ben. Misschien weet u niet veel over het leven van de kinderen, die geboren zijn in de oorloog. Ik ben één van die kinderen.

    Op 30 december 1990 brak de burgeroorlog uit in Somalië, vlak daarna was ik in deze wereld gekomen. Jammer dat ik in die tijd geboren ben, maar helaas kon ik daar niks aan veranderen. Gelukkig hebben mijn ouders hun best gedaan voor mij. In deze moeilijke tijden, waarin het normaal was afscheid te nemen van zijn geliefden als men naar de stad ging, hebben ze hun best gedaan om mij te geven wat ik nodig had.

    Ik kende het woord ‘VREDE’ helemaal niet, omdat ik zijn betekenis nooit heb kunnen genieten. En als een kind heb ik jammer niet het geluk gehad om alles wat een kind nodig heeft ook te hebben, maar gelukkig had ik de kans om elke dag naar school te gaan, terwijl ik elke dag afscheid van mijn familie moest nemen, omdat je niet zeker wist of je ‘s middags weer veilig thuis terug zou komen. Ondanks die situatie heb ik mijn school gelukkig kunnen afronden, maar helaas zonder dat mijn vader het mee kon maken. Hij vond de dood in de oorlog.

    Het leven is niet altijd zoals je het graag zou willen hebben. De vele ellende die ik mee heb gemaakt, heeft mij de les geleerd om sterk te blijven en niet op te geven. Ik moest vluchten van mijn moederland naar Nederland, omdat mijn familie mij geen veiligheid kon bieden, want ze waren bang dat ze te horen zouden krijgen, dat ik op een dag dood was geschoten.

    Ik had een droom, net als elke kind in de wereld. Ik wilde voetballer worden, toen ik 10 jaar oud was. Ik herinner me nog dat ik het Arsenal voetbalshirt van Dennis Bergkamp droeg.

    De eerste nacht in mijn nieuwe land (Nederland), kon ik het niet slapen, omdat ik het geluid van schoten miste. Ik moest dus aan alles wennen. Een tijdje daarna was het nieuwjaarsnacht en opeens hoorde ik geluiden, die ik maar al te goed kende. ‘Niet schrikken! Niet schrikken! Het is oud en nieuw’, zeiden mijn voogden tegen me.

    Ik ben vijf jaar in Nederland en gelukkig heb ik diploma’s gehaald, plus werkervaring opgedaan. Ik ben dankbaar voor dat wat Nederland en de Nederlanders voor mijn leven hebben betekend en dat ze in me hebben geloofd! Niemand wordt geboren als vluchteling en daarom heb ik ervoor gekozen om geen om geen vluchteling te zijn.

     

    donderdag 13 maart 2014 09:03

    Gevangen in Europa

    daklozen

    Petar Blasic: Een onbekend aantal migranten in de EU zit gevangen in een juridisch niemandsland. In sommige lidstaten wordt hen fundamentele rechten ontzegd, maar tegelijkertijd kunnen ze ook niet terugkeren naar hun land van herkomst. Dat blijkt uit een onderzoek van mensenrechtengroepen uit het Verenigd Koninkrijk, Hongarije, België, Frankrijk en de Europese Raad voor Vluchtelingen. Als ze – al dan niet onder dwang – proberen terug te keren, worden ze bij de grens aangehouden, omdat hun herkomstland ze weigert te erkennen.

    De migranten worden dan weer teruggestuurd naar de lidstaat waar ze hun toevlucht zochten. Maar op papier bestaan ze er niet, dus worden ze dakloos. Ze zitten met andere woorden gevangen tussen twee landen, wat inhoudt: geen recht op (hoger) onderwijs, geen werk, geen verblijfsrecht in het ene land en geen mogelijkheid op terugkeer naar het andere. Mensenrechtengroeperingen omschrijven het Europese asielbeleid vaak in termen als ‘fort Europa‘, daarmee verwijzend naar het Europese streven om illegale migranten buiten de EU te houden. Maar de muren van fort Europa blijken migranten ook te hinderen bij hun vertrek. Sommigen zitten gevangen in een web van juridische en administratieve regels, waardoor het voor hen onmogelijk is om officiële papieren te bemachtigen. In de loop der jaren is zo een groep migranten ontstaan die ‘onuitzet’- of onuitwijsbaar is.

    Zinloze opsluiting

    Deze migranten in de Europese Unie zitten gevangen in een juridisch vacuüm. Ze worden aangeduid als ‘onuitzetbaar‘, omdat het niet mogelijk is om hen het land uit te zetten. Ze zijn geen staatsburgers (meer) of ze hebben gewoonweg geen paspoort. En in sommige gevallen bestaan de landen waar ze geboren zijn, zelfs niet meer. In andere gevallen, zoals in het geval van Roma die geboren zijn in Macedonië, weigeren landen deze migranten nog te erkennen als onderdanen. Andere onuitzetbaren hebben hun paspoorten verloren en de ambassades weigeren hen nieuwe reisdocumenten te geven. Het gevolg is steevast: zinloze opsluiting en verlies van rechten.

    Volgens de Nederlandse regisseur Kees Vlaanderen, die met het televisieprogramma Verloren Levens in de problematiek van onuitzetbare migranten duikt, leven onuitzetbaren voortdurend in het ongewisse. “Er is sprake van een constante dreiging dat ze in vreemdelingenbewaring gesteld zullen worden”, zegt Vlaanderen. In het Verenigd Koninkrijk is het mogelijk deze groep mensen voor onbepaalde tijd vast te houden. In ieder land kunnen ze herhaaldelijk is bewaring worden gesteld en weer worden vrijgelaten. Doordat de EU-lidstaten weigeren om onuitzetbaarheid als zodanig te erkennen, gebruiken ze detentie om een terugkeer af te dwingen.

    Vlaanderen: “Onuitzetbare migranten verblijven hierdoor vaak nog jaren in steeds wisselende omstandigheden, maar altijd zonder perspectief op een reguliere verblijfsstatus”. Ze worden dus uitgesloten van gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs en werk. Uit het werk van Vlaanderen blijkt dat ze in armoede leven, een slechte lichamelijke en geestelijke gezondheid hebben en ten prooi vallen aan criminalisering. Vlaanderen: “Ze zitten simpelweg vast en hebben geen mogelijkheid om de verantwoordelijkheid over hun leven in handen te nemen.”

    Regularisatie

    Sommige Europese landen kennen mechanismen om onuitzetbare personen een verblijfsvergunning toe te kennen, dan wel hun verblijf te gedogen, waarbij ze toegang krijgen tot bepaalde basisrechten. Maar hoewel deze processen waardevol zijn, bieden ze nog onvoldoende houvast om te komen tot regularisatie. De juridische complexiteit en de benaderingswijzen van de nationale autoriteiten variëren sterk van lidstaat tot lidstaat. Sommigen vallen in de categorie ‘gedoogd verblijf’, wat betekent dat een terugkeer- of uitzettingsbevel officieel uitgesteld is.

    In afwachting van hun terugkeer hebben sommigen van hen toestemming te blijven mèt bepaalde rechten, anderen krijgen dezelfde toestemming maar zonder extra rechten, terwijl weer anderen zelfs geen gedoogd verblijf krijgen, laat staan rechten. In sommige landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, kunnen deze mensen voor onbepaalde tijd worden vastgehouden, terwijl anderen naar oorlogsgebieden worden teruggestuurd, ondanks de inherente risico’s. Hierdoor zijn migrantendetentiecentra – vaak gerund door particuliere beveiligingsbedrijven - een broedplaats voor depressies, nihilisme en suïcidaal gedrag.

    Volgens Jerome Phelps van de Britse pro-migrantenrechtenorganisatie Detention Action kunnen veel mensen niet worden uitgezet, omdat ze niet (kunnen) beschikken over reisdocumenten als gevolg van juridische barrières. “Maar het beleid is erop gericht om de mensen vast te houden totdat het wel mogelijk is ze te deporteren”, zegt Phelps. “Het beleid komt voort uit de politiek die druk uitoefent in deze kwestie om haar electorale achterban tevreden te stellen.”

    Acht jaar illegaal

    Mensenrechtengroepen uit het Verenigd Koninkrijk, Hongarije, België, Frankrijk en de in Brussel gevestigde Europese Raad voor Vluchtelingen hebben tientallen onuitzetbare migranten geïnterviewd en hun getuigenissen verzameld in een rapport. Gemiddeld bleken de ondervraagde migranten al acht jaar in de EU te verblijven. Zonder fundamentele rechten zitten ze gevangen tussen de muren van detentiecentra en de gevangenis zonder muren in aanhoudende ongewisheid over hun toekomst. In het rapport vertellen ze over dakloosheid, depressie, vernedering en zelfverminking. Ze dromen van een normaal leven, onderwijs, werk en huiselijkheid. Maar ze zien geen manier om daaraan te geraken.

    Het 102 – pagina’s tellende rapport merkt op dat onuitzetbare migranten niet mogen worden vastgehouden, als ze niet kunnen worden uitgezet. De stellers van het rapport adviseren de toekenning van tijdelijke vergunningen, zodat migranten kunnen werken en toegang krijgen tot fundamentele rechten, zoals adequate gezondheidszorg.

    De EU van haar kant mist een wettelijk kader dat de definitie van onuitzetbare migranten bepaalt of zich met deze problematiek bezighoudt. De Europese Commissie gaat ervan uit dat personen met een onduidelijke nationaliteit of identiteit die geen asielzoekers zijn, onder de nationale wetgeving van de lidstaten vallen en dat dààr dus de kwestie over verblijfsvergunningen moet worden opgehelderd.

    “Op dit gebied is het EU-beleid niet geharmoniseerd”, zegt Ben Anderson van de Commissie. Hij erkent ook dat legaliseringsprocedures ontoegankelijk kunnen zijn of te stringent zijn opgesteld, waardoor veel mensen uit de boot vallen. “Formele of informele amnestie kan een oplossing bieden, maar als enkel een tijdelijke verblijfsvergunning wordt verleend, vallen migranten weer in eenzelfde uitzichtloze positie zodra deze verlopen is. Procedures voor regularisatie op medische gronden kunnen zo complex zijn, dat ze de onuitzetbare migranten die er het meest behoefte aan hebben, juist uitsluiten.”

    Detentie

    Het rapport stelt dat onuitzetbare migranten niet moeten worden vastgezet, omdat er sowieso geen uitzicht op terugkeer is. “Als gevolg daarvan kan detentie nooit een laatste redmiddel zijn, zoals bedoeld in de terugkeerrichtlijn. Detentie mag niet worden gebruikt om vrijwillige terugkeer aan te moedigen of de weigering hiervan te straffen”, zo valt in het rapport te lezen. En verder: “Als onuitzetbare migranten in vrijheid worden gesteld, moeten ze minstens documenten krijgen waaruit hun vroegere verblijf in detentie blijkt, alsook de reden van hun ontslag hieruit.”

    Volgens het Vlaamse Vluchtelingenwerk moet aan onuitzetbare migranten een tijdelijke vergunning worden verleend die toegang geeft tot gezondheidszorg en mogelijkheden biedt op het vlak van werk en uitkeringen. Daarbovenop vindt Vluchtelingenwerk dat een permanente legale status een must is, als de status van onuitzetbaarheid blijft voortduren.

    Op Europees niveau kunnen de EU-instellingen een beleid nastreven dat detentie voorkomt. De kaders hiertoe worden gevormd door de strikte toepassing van de in het EU-recht en in het internationaal humanitair recht vastgelegde waarborgen. Volgens Detention Action is het van essentieel belang dat de overheid onuitzetbaarheid op een pragmatische wijze benadert. De Europese Raad voor Vluchtelingen hoopt dat het onderzoek kan bijdragen tot een door de gehele EU gedragen erkenning van de onuitzetbare status. “Verder onderzoek naar de situatie van onuitzetbaren in de EU-lidstaten is hiertoe wenselijk”, aldus de Raad. “Dit onderzoek zal er in ieder geval toe aanzetten dat er nagedacht wordt over hoe de langdurige ongewisheid waarin onuitzetbare migranten verkeren, kan worden beëindigd. En er hopelijk ook voor zorgen dat onuitzetbaren niet langer worden vastgehouden.”

    donderdag 13 maart 2014 08:58

    Europese strijders in Syrië

    jihadisten

    Petar Blasic: België en Frankrijk zijn er niet gerust op. De ministers van Binnenlandse Zaken maakten onlangs nog bekend dat tussen 1.500 en 2.000 EU burgers naar Syrië zijn afgereisd om daar gewapende strijd te leveren. In juni werd dit aantal nog op 600 geschat. In de nieuwe berekening wordt uitgegaan van 150 Belgen en 400 Fransen. Gevreesd wordt dat deze Syriëgangers bij hun terugkomst zo geradicaliseerd zijn, dat ze terroristische aanslagen zullen plegen. Ook in Nederland bestaat deze vrees, getuige het feit dat de nationale coördinator terrorismebestrijding afgelopen voorjaar het dreigingsniveau verhoogde, een ontwikkeling die nog steeds niet ongedaan is gemaakt.

    De jihadisten zelf zien het anders. Twee Nederlandse Syriëgangers vertellen in een videoboodschap dat ze niet in Syrië zijn om te vechten, maar om hulp te verlenen. De video laat zien (zie verder) hoe ze huisvuil van de straat halen. Hun boodschap is: echte moslims zijn verplicht om in Syrië te komen helpen: “Je moet voor je broeders en zusters hetzelfde wensen als wat je voor jezelf wenst”, zegt Abu Bashir.

    Stevige aanpak

    Ondertussen gaan overal in Europa stemmen op die roepen om een stevigere  aanpak van de ‘Syriëgangers’. En die roep is niet geheel zonder succes. Zo hebben Antwerpen en Vilvoorde in augustus van dit jaar besloten om de uitkeringen van Syriëgangers af te nemen. De formele motivatie hiertoe is dat de voormalig uitkeringsgerechtigden niet meer wonen op het door hun aangegeven adres. Maar tussen de regels door is ook te lezen dat het een manier is om Syriëgangers te straffen en potentiële kandidaten ook meteen te ontmoedigen. Zo stelde de Antwerpse burgemeester Bart de Wever in juni van dit jaar nog in een interview met de VRT: “Het zou onrechtvaardig zijn als deze mensen zouden kunnen profiteren van het sociale stelsel en, bijvoorbeeld, hun werkloosheidsuitkering kunnen gebruiken om hun gevecht in Syrië te financieren”.

    Ook vanuit eigen kring kunnen jihadisten op stevige kritiek rekenen. Jongerenimam Yassin Elforkani en jongerenwerker Ibrahim Wijbenga spreken openlijk hun afkeer uit over Syriëstrijders en waarschuwen tegelijkertijd voor een beperkte, maar groeiende groep geradicaliseerde jongeren die als een soort jihad-hooligans niet alleen virtueel een ramkoers kiezen, maar ook op straat en in moskeeën intimiderend bezig zijn. Volgens een artikel in de Volkskrant lopen kritische moslims daardoor ook zelf steeds vaker risico bedreigd of geïntimideerd te worden door radicale geloofsgenoten.

    Elforkani, die in zijn preken afstand neemt van de Syriëgangers, wordt op straat bespuugd en uitgescholden voor afvallige, hypocriet en verrader. Hij is nooit gerust op een goede afloop wanneer hij naar een debat gaat: “Ik ben altijd blij als ik weer thuis ben. Ik kan de risico’s niet helemaal inschatten. Maar je moet rekening houden met een gek die kan toeslaan.” De salafistische prediker Suhayb Salam, zelf van Syrische afkomst, wordt uitgescholden, omdat hij op YouTube jongeren oproept om de strijd in Syrië te mijden en zich in te zetten voor humanitaire hulpverlening. Wijbenga kreeg een lading bedreigingen na een twistgesprek in de Volkskrant waarin hij Syriëgangers en hun sympathisanten ‘tikkende tijdbommen’ noemde.

    De in Teheran geboren hoogleraar rechtswetenschappen van de universiteit van Leiden Afshin Ellian weet wel raad met jihadisten. In tijdschrift Elsevier concludeert hij dat het contra-radicaliseringsprogramma heeft gefaald, om vervolgens schertsend op te merken dat er bij thuiskomst van jihadisten gelukkig wel een draaiboek klaar ligt. De Telegraaf merkt over dit draaiboek het volgende op: “De geheime dienst AIVD heeft met de NCTV een draaiboek verfijnd waarmee over terugkeerders een onzichtbaar net wordt gedrapeerd van hulpvaardige toezichthouders die assistentie verlenen, en alarm slaan als ze radicale signalen opvangen. Toezicht op terugkeerders is een taak van iedereen: gemeenten, politie, NCTV, uitkeringsinstanties, woningcorporaties, hulpverleners, familieleden.”

    Volgens Ellian zijn het evenwel niet uitkeringsinstanties, gemeentes of hulpverleners die aan zet zijn. “Het gaat niet om slachtoffers van misdrijven. Begrijpt u nog steeds niet wat ze aan het doen zijn in Syrië?”, aldus Ellan. Hij pleit dan ook voor een echt draaiboek voor de nationale veiligheid, dat vorm krijgt door een operationeel team van vertegenwoordigers van de veiligheidsdienst, het Openbaar Ministerie en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. “Dit is nodig, want uiteindelijk vormt Al-Qaida zijn Europese leger.”

    Idealisten

    De vraag is nu hoe groot de kans op terreur plegende geradicaliseerde Jihadisten nu werkelijk is. De grote angst is dat deze mensen bij hun terugkeer uit Syrië aanslagen willen plegen, en dat ze dat dankzij in Syrië opgedane kennis ook makkelijk kunnen. Daar staat tegenover dat dergelijke kennis en vaardigheid ook op andere plekken verkrijgbaar is. Het leger is daar een goed voorbeeld van, maar ook op internet is veel te vinden. Datzelfde internet biedt overigens ook genoeg voedingsbodem om te radicaliseren, waardoor afreizen naar het buitenland niet nodig is.

    Ondanks dat er meer dan een miljard moslims in de wereld zijn, kiest slechts een héél klein deel hiervan voor de gewapende strijd. Toch blijft er een groep overwegend jonge mannen die naar Syrië trekken om daar geloofsgenoten te helpen. Daarbij sluiten ze zich vaak aan bij fundamentalistische groeperingen. Volgens de van oorsprong Iraanse socioloog Farhad Khosrokhavar is het te kort door de bocht om de oorzaak te zoeken in hun moslim-zijn.

    Khosrokhavar heeft het liever over jonge mensen die zich willen inzetten voor een ideaal: “Het jihadisme is helemaal geen ziekte van de islam. Het is geen religieus, maar een sociaal fenomeen. De bekeerlingen zijn dezelfden die zich, enkele decennia geleden, bij extreemlinkse clubs als de RAF zouden hebben aangesloten. Nu worden zij aangetrokken door de status van de islam als godsdienst van de onderdrukten.” Ze zijn hier ook niet uniek in, want jonge Europese mannen – en soms vrouwen - verlaten al decennia, zo niet eeuwen, huis en haard om elders in landen als Colombia, Cuba, Indonesië, Israël of Spanje voor hun idealen te gaan vechten. Na thuiskomst hebben ze nooit aanslagen gepleegd.

    Re-integratie

    Khosrokhavar: “Toch hoor je steeds vaker dat de overheid het staatsburgerschap van deze strijders in den vreemde af moet pakken. En ze terug moet sturen naar hun land.” Maar hun land blijkt in de praktijk bijna altijd in Europa te liggen, of het nu Nederland, Frankrijk of België zelf is. Bovendien, zo vindt Khosrokhavar, nodigt het afpakken van staatsburgerschap uit tot wanhoopsdaden. Heel anders dan Ellian, houdt Khosrokhavar zich ver van populistische uitspraken. Hij pleit er juist voor dat de overheid zorgt voor een goede re-integratie van Syriëgangers, daarmee de uitgangspunten van de NCTV onderschrijvend.

    Wat het gegeven volgens Khosrokhavar ook moeilijk maakt, is dat de islam gezien wordt als een godsdienst van de onderdrukten, wat bekeerlingen aantrekt die extra vroom zijn in de leer en van wie sommigen kans lopen te eindigen als extremist. Khosrokhavar: “Op het gebied van re-integratie gebeurt veel te weinig. Als ik dit allemaal overzie, is het niet verbazingwekkend dat wij af en toe getuige zijn van ontsporingen, terwijl de overheid en de samenleving dan de vermoorde onschuld spelen.”

    woensdag 12 maart 2014 11:27

    Zinderende zon

    zon

    Saleh Hassan Faris: Dromerig steek ik een sigaret op en geniet van de warme voorjaarszon in Bagdad. Het is pauze en samen met een paar vrienden zit ik op de stoep achter de kantine van de kunstacademie. In gedachten doorloop ik onze theaterrepetitie van die ochtend. Hatem begint te praten. ‘Ik heb gisteren een boek over Van Gogh gelezen’. Ik draai me om en hij begint enthousiast te vertellen over de kleuren die je bijna kunt ruiken, over zijn moed als kunstenaar, en over zijn afgesneden oor.    

     

    Ik ben gefascineerd door zijn verhaal en Van Gogh laat me die dag niet meer los. De volgende ochtend sta ik vroeg op. Ik ga naar de bibliotheek van de academie en bij de receptie word ik geholpen door een lieve vrouw. ‘Hier staan ze’, zegt ze, ‘De meeste zijn in een Arabische vertaling.’ Ik pak een paar boeken uit de kast en ga lezen, over zijn werk, zijn leven en liefde, over zijn broer Theo in Parijs en zijn vriendschap met Gauguin. De tijd vliegt en bijna vergeet ik weer naar les te gaan.  

     

    ‘Je gelooft het niet,’ zeg ik die avond tegen mijn broer. We zitten aan tafel te eten. ‘Bij Van Gogh zindert de zon op het canvas. Het is alsof je er zelf bij bent! En er zijn zwarte kraaien die over het landschap vliegen, zwaar en pessimistisch.’ In bed voel ik de kleuren opnieuw zinderen. Ik herken in Van Gogh een eigen intensiteit, gedrevenheid en moed. Hij begrijpt het leven van binnenuit, doorgrondt het tot op de bodem. Daarna brengt hij het in een eigen en unieke taal naar buiten. ‘Hoe kan ik zijn werk zien, in het echt, in Nederland?’, vraag ik me af en val in slaap.

     

     Na mijn afstuderen ben ik ondergedoken want ik weiger in dienst te gaan. Ik zit vast in een land van muren waar reizen niet is toegestaan en zwarte kraaien over het gouden landschap vliegen. Met een vals paspoort in mijn hand en slechts een paar boeken en foto’s onder mijn arm verlaat ik mijn land. Een mensensmokkelaar neemt mij mee en zet mij af in Nederland. Als politiek vluchteling kom ik na een jaar terecht op een klein kamertje in Amsterdam Noord. 

     

    Ik ruik de geuren van middeleeuwse gebouwen op de Nieuwmarkt. ‘Ik loop door de stad van Rem-brandt!’, roept het in mij. Na veel singels en grachten kom ik aan bij het Van Goghmuseum. Dromend dwaal ik rond op het Museumplein en bekijk het gebouw. Als vluchteling heb ik nog geen geld om naar binnen te gaan. Maar een paar maanden later nodigt een vriend mij uit en samen gaan we het museum in. ‘Hier sta ik dan’, gaat het door mij heen, ‘voor het schilderij met de zinderende zon en ik heb zwarte kraaien in mijn hoofd.’ Mijn gedachten reizen naar Irak, mijn familie en vrienden van de kunstacademie. Onderweg naar huis koop ik zonnebloemen en zet ze pontificaal in mijn kamer. ‘Zo, dat geeft moed.’

     

     

     

    Ik ben opnieuw in het museum, nu bij een voorstelling van Kristina Dechatel. Het is tijdens de ten-toonstelling ‘Leven en dood’ over Egon Schiele. Als fan van de kunstenaar, van de bewegingskunsten en van het Van Goghmuseum valt opeens alles op zijn plaats. Ik neem die dag afscheid van de dood, van de zwarte kraaien in mijn hoofd. En er begint een nieuw leven. ‘Je bent aangenomen’, hoor ik aan de telefoon. Het Van Goghmuseum is aan de lijn. Die avond vier ik met mijn vrouw een feestje. ‘Eindelijk’, zegt ze, ‘Je bent er.’

     

    Achter de balie van de garderobe heb ik als gastheer een heerlijke rol en iedere dag een ander pu-bliek. Ik maak een praatje met bezoekers uit alle werelddelen, jongleer met muntjes en maak kin-deren aan het lachen. Vaak zijn er grappige momenten. Zo komt er op een dag een oude mevrouw geheimzinnig naar mij toe schuifelen. Ze weet dat we geen fooien aannemen, maar zachtjes vouwt ze mijn hand open en dicht. ‘Delen, hoor,’ fluistert ze en loopt verder. Ik open mijn hand en samen met mijn collega’s zie ik dat er 50 eurocent in ligt. We schieten in de lach.

     

     

    colet-foto

    |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

    Tijdens een speciale bijeenkomst van het bestuur van On file op zaterdag 22 februari 2014 heeft de heer Bertus Hendriks na 8 jaren afscheid genomen en zijn taken als voorzitter overgedragen aan mevrouw Colet van der Ven. Colet is sinds begin 2013 lid van het bestuur. Als journaliste werkte zij oa voor de dagbladen NRC, De Volkskrant en Het Parool. Voor de radio presenteerde zij verschillende programma's waaronder Casa Luna en PleinPubliek. Achter de camera verzorgde zij reportages en interviews voor de televisie-uitzendingen van de KRO, VARA, VPRO, NCRV en IKON. 

    Met veel woorden van waardering en dank voor zijn inzet en betrokkenheid bij On file is Bertus hartelijk toegesproken door Colet, die vervolgens hartelijk werd verwelkomd. 

    |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

    77

     

    tekst en foto's Massoud Memar

    Massoud Memar: De vluchtelingen voor zijn ambtswoning wil Van der Laan graag te woord
    staan, maar met de activisten die erbij horen, heeft hij het gehad. 'Já,
    hier staat een geagiteerde burgemeester.'

    Ze schrikken er bijna van als de deur van de ambtswoning opengaat en
    burgemeester Eberhard van der Laan ineens zelf zijn hoofd naar buiten
    steekt om te kijken wie er deze zondagavond toch zo'n herrie maakt op de
    Herengracht. Komt u maar, lijkt hij te zeggen. 'Ik wil graag weten waarom
    u hier bent gekomen.'

    Applausje

    Langzaam drommen ze om hem heen, de uitgeprocedeerde asielzoekers van de
    Vluchtgarage. Van der Laan staat ze uitgebreid te woord. Sterker: hij
    stelt vragen en kijkt zijn gespreksgenoten indringend aan. Onbevreesd,
    ondanks de moeilijke boodschap die hij heeft voor de wanhopige
    vluchtelingen. Die houding dwingt respect af bij de demonstranten, die
    zich een uur eerder met trommels en borden met leuzen hadden gemeld bij de
    ambtswoning van de burgemeester.

    71


    Als Van der Laan zegt dat hij nog eens zal gaan kijken naar de
    omstandigheden waaronder de vluchtelingen leven in de Vluchtgarage in
    Zuidoost, klinkt er zelfs een voorzichtig applausje. Een applausje waaraan
    ook het oudste dochtertje van de burgemeester in de deuropening meedoet.

    Geprikkelde reactie

    De sfeer verandert als mensen uit de entourage van de asielzoekers zich in
    de discussie mengen. Van der Laan schiet uit zijn slof. 'Met jullie praat
    ik niet! Ik verzet me tegen de rol die de politieke activisten spelen.'
    Van achter uit het gezelschap wordt schamper gelachen. Als Van der Laan
    weer verder praat met de vluchtelingen zelf, worden er opmerkingen gemaakt
    door de activisten. De burgemeester hoont terug: 'Ah, weer zo'n activist
    die vindt dat alles wat ik zeg bullshit is.'

    De discussie ontaardt als Van der Laan een opmerking maakt over de
    activisten die straks weer teruggaan naar hun lekkere warme huis en hij
    zelf verwijten krijgt over de luxe van de ambtswoning. 'Ja, ik ben de
    burgemeester en dit is waar ik nu woon, daar schaam ik mij niet voor.'
    Zijn geprikkelde reactie wil hij wel toelichten.

    24

    Verwarring

    De mensen rond de vluchtelingen hebben het beleid van de gemeente
    vergeleken met de razzia's in 1941. 'Ja, hier staat een geagiteerde
    burgemeester. Die vergelijking met wat hier in de oorlog is gebeurd, mag
    nóóit worden gemaakt. Met de mensen van Indymedia praat ik niet meer, die
    willen maar één ding: de groep vluchtelingen bijeenhouden. Voor de
    vluchtelingen maak ik mij zo hard als mogelijk, de activisten zijn
    duidelijk géén vrienden van mij.'

    7
    De vluchtelingen lijken een beetje in verwarring. Als Van der Laan na ruim
    een half uur besluit dat de eters in zijn woning lang genoeg hebben
    gewacht, doet hij nog even een rondje handen schudden. 'Thank you for
    coming,' zegt hij. Twee vluchtelingen zijn om en zingen: 'We are
    Amsterdam.' De activisten blijven enigszins beteuterd achter. Een vrouw
    zegt dat Van der Laan een heel goedkope poging heeft gedaan om de
    vluchtelingen en hun beschermers uit elkaar te spelen. 'Misselijk.' Dat de
    burgemeester het lef heeft gehad om met de demonstranten in gesprek te
    gaan, is haar echter niet ontgaan. 'Dat had ik niet achter hem gezocht.'

    http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/3606518/2014/03/03/Vluchtelingen-zingen-na-gesprek-met-burgemeester.dhtml

    usa venezuelajpg

    Xandra Lameiro: When is it considered legitimate to try and overthrow a democratically-elected government? In Washington, the answer has always been simple: when the US government says it is. Not surprisingly, that's not the way Latin American governments generally see it.

    On Sunday, the Mercosur governments (Brazil, Argentina, Uruguay, Paraguay, and Venezuela) released a statement on the past week's demonstrations in Venezuela. They described "the recent violent acts" in Venezuela as "attempts to destabilize the democratic order". They made it abundantly clear where they stood.

    The governments stated:

    their firm commitment to the full observance of democratic institutions and, in this context, [they] reject the criminal actions of violent groups that want to spread intolerance and hatred in the Bolivarian Republic of Venezuela as a political tool.

    We may recall that when much larger demonstrations rocked Brazil last year, there were no statements from Mercosur or neighboring governments. That's not because they didn't love President Dilma Rousseff; it's because these demonstrations did not seek to topple Brazil's democratically-elected government.

    The Obama administration was a bit more subtle, but also made it clear where it stood. When Secretary of State John Kerry states that "We are particularly alarmed by reports that the Venezuelan government has arrested or detained scores of anti-government protestors," he is taking a political position. Because there were many protestors who committed crimes: they attacked and injured police with chunks of concrete and Molotov cocktails; they burned cars, trashed and sometimes set fire to government buildings; and committed other acts of violence and vandalism.

    A State Department spokesman was even clearer last week, when he responded to the protests by expressing concern about the government's "weakening of democratic institutions in Venezuela", and said that there was an obligation for "government institutions [to] respond effectively to the legitimate economic and social needs of its citizens". He was joining the opposition's efforts to de-legitimize the government, a vital part of any "regime change" strategy.

    Of course we all know who the US government supports in Venezuela. They don't really try to hide it: there's $5m in the 2014 US federal budget for funding opposition activities inside Venezuela, and this is almost certainly the tip of the iceberg – adding to the hundreds of millions of dollars of overt support over the past 15 years.

    But what makes these current US statements important, and angers governments in the region, is that they are telling the Venezuelan opposition that Washington is once again backing regime change. Kerry did the same thing in April of last year when Maduro was elected president and opposition presidential candidate Henrique Capriles claimed that the election was stolen. Kerry refused to recognize the election results. Kerry's aggressive, anti-democratic posture brought such a strong rebuke from South American governments that he was forced to reverse course and tacitly recognize the Maduro government. (For those who did not follow these events, there was no doubt about the election results.)

    Kerry's recognition of the election results put an end to the opposition's attempt to de-legitimize the elected government. After Maduro's party won municipal elections by a wide margin in December, the opposition was pretty well defeated. Inflation was running at 56% and there were widespread shortages of consumer goods, yet a solid majority had still voted for the government. Their choice could not be attributed to the personal charisma of Hugo Chávez, who died nearly a year ago; nor was it irrational. Although the past year or so has been rough, the past 11 years – since the government got control over the oil industry – have brought large gains in living standards to the majority of Venezuelans who were previously marginalized and excluded.

    There were plenty of complaints about the government and the economy, but the rich, right-wing politicians who led the opposition did not reflect their values nor inspire their trust.

    Opposition leader Leopoldo López – competing with Capriles for leadership –has portrayed the current demonstrations as something that could force Maduro from office. It was obvious that there was, and remains, no peaceful way that this could happen. As University of Georgia professor David Smilde has argued, the government has everything to lose from violence in the demonstrations, and the opposition has something to gain.

    By the past weekend Capriles, who was initially wary of a potentially violent "regime change" strategy – was apparently down with program. According to Bloomberg News, he accused the government of "infiltrating the peaceful protests "to convert them into centers of violence and suppression".

    Meanwhile, López is taunting Maduro on Twitter after the government made the mistake of threatening to arrest him: "Don't you have the guts to arrest me?" he tweeted on 14 February.

    Hopefully the government will not take the bait. US support for regime change undoubtedly inflames the situation, since Washington has so much influence within the opposition and, of course, in the hemispheric media.

    It took a long time for the opposition to accept the results of democratic elections in Venezuela. They tried a military coup, backed by the US in 2002; when that failed they tried to topple the government with an oil strike. They lost an attempt to recall the president in 2004 and cried foul; then they boycotted National Assembly elections for no reason the following year. The failed attempt to de-legitimize last April's presidential election was a return to this dark but not-so-distant past. It remains to be seen how far they will go this time to win by other means what they have not been able to win at the ballot box, and how long they will have Washington's support for regime change in Venezuela.

    Pagina 1 van 34

    contact

    Reacties en inzendingen
    ex Ponto is een uitgave van On File, Associatie van vluchtelingjournalisten en schrijvers
    ex Ponto is mede mogelijk gemaakt door:
    Logo_Ministerie_OCW Logo_Democratie_en_Media Logo_StimuleringsFonds_voordePers
     

    Colofon

    ex Ponto

    is een journalistiek magazine dat op internet verschijnt. Het merendeel van de artikelen wordt door vluchteling-journalisten en andere migranten geschreven. Met Nederlandse journalisten als gast.

     


    ovidiusex Ponto

    In 8 na Chr. verbant de Romeinse keizer Augustus de dichter Ovidius naar het verre Tomi (het huidige Constança in Roemenië) aan de Zwarte Zee, in de provincie Pontus. Ovidius schrijft daar zijn bekende Epistulae ex Ponto (Brieven uit de Zwarte Zee). Deze bundel bevat poëtische verzoekschriften die hij naar vrienden en invloedrijke Romeinen schreef om voor hem bij de keizer te bemiddelen om in zijn lotsbestemming te herzien. Ex Ponto is in de geschiedenis door verschillende schrijvers gebruikt als metafoor voor ballingschap.